Zelf bouwen of inkopen?
Beschikbaar bij
2 aanbieders bieden kant-en-klare content voor dit keuzedeel — klik door voor reviews en aanvragen.
Bron: openbare aanbod-overzichten van de aanbieders zelf. Mist hier een aanbieder die dit keuzedeel ook levert? Vraag hier of de aanbieder een verbetering aan via hun pagina.
Algemene informatie
Beschrijving van het keuzedeel
Relevantie
Toelichting
Uitwerking
1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.
D1-K1
Begeleidt jeugdigen en hun systeem binnen de jeugd- en opvoedhulp
3 werkprocessen
· 43 kennis/vaardigheden
▼
Complexiteit
De beginnend beroepsbeoefenaar ondersteunt jeugdigen* en hun opvoedingssysteem op wisselende werkplekken, zoals ambulante thuissituaties en open, gesloten of hybride afdelingen van een opvanglocatie. Ook is sprake van wisselende risico’s met betrekking tot de gezondheid en veiligheid van de jeugdige. Dit vraagt van de beginnend beroepsbeoefenaar een vraaggerichte, oplossingsgerichte en systematisch aanpak. De werkzaamheden van de beginnend beroepsbeoefenaar zijn wisselend en divers van aard. De beginnend beroepsbeoefenaar voert veelal standaard werkzaamheden uit, maar deze kunnen worden doorkruist door onverwachte gebeurtenissen. De complexiteit van de werkzaamheden is mede afhankelijk van de problematiek van de jeugdige waarmee wordt gewerkt. Flexibel en adequaat reageren is dan van belang om de gezondheid en veiligheid van eenieder te bewaken. Ook het werken met meerzijdige partijdigheid richting de jeugdige en de diverse opvoeders uit het systeem maakt het werk complex. Een andere complicerende factor bij de werkzaamheden is de diversiteit in culturen en normen en waarden die de beginnend beroepsbeoefenaar kan tegenkomen in het werken met jeugdigen en hun systeem en/of netwerk. Afbreukrisico’s hebben betrekking op schade voor de jeugdige en op aansprakelijkheid voor de organisatie, met name wanneer risico’s of onveilige situaties niet tijdig of onvoldoende worden ingeschat. Een ander afbreukrisico is dat de jeugdige of een opvoeder het vertrouwen in de begeleiding verliest, wanneer belangen niet of onvoldoende worden erkend. Voor een goede werkuitoefening past de beginnend beroepsbeoefenaar brede en specialistische kennis toe, alsook specifieke vaardigheden om de jeugdigen en de opvoeders binnen het systeem te kunnen begeleiden. * Personen die de leeftijd van 23 jaar nog niet hebben bereikt.
Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
De beginnend beroepsbeoefenaar voert zelfstandig en/of met een team de eigen werkzaamheden uit en legt verantwoording af aan de leidinggevende die de eindverantwoordelijkheid draagt. De werkzaamheden vinden plaats binnen de kaders van de instelling en de beginnend beroepsbeoefenaar vervult dan een signalerende, onderzoekende, initiërende, ondersteunende en stimulerende rol.
Vakkennis en vaardigheden
De beginnend beroepsbeoefenaar:
- § heeft kennis van jeugdzorgsystemen en -instellingen, waaronder gezinsbegeleiding, jeugdhulp, pleegzorg en
- jeugdreclassering, en hun rol in het systeem
- § heeft specialistische kennis van de sociale kaart en netwerkzorg: organisaties en instanties waarmee je samenwerkt, zoals
- scholen, hulpverleningsinstellingen, en gemeente
- § heeft brede kennis van het maken van hulpverleningsplannen binnen de jeugdzorg
- § heeft brede kennis van het maken van rapportages binnen de jeugdzorg
- § heeft brede kennis van de samenwerking van jeugd- en opvoedingsprofessionals binnen de jeugdzorg
- § heeft basiskennis van de wettelijke kaders in de jeugdzorg zoals de jeugdwet, de WMO en kennis van clientrechten binnen
- het zorgsysteem
- § heeft specialistische kennis van mogelijke psychosociale problematiek bij jeugdigen, zoals gedragsproblemen, verslavingen,
- psychische aandoeningen of gezinsproblemen
- § heeft kennis van ontwikkelingspsychologie van jeugdigen van 0 jaar tot 23 jaar: de normale en abnormale ontwikkeling,
- inclusief de emotionele, cognitieve en sociale ontwikkeling
- § heeft specialistische kennis van verwerkings- en hechtingsproblematiek en de impact die trauma, verwaarlozing en
- misbruik op de ontwikkeling, hechting en sociaal-emotioneel functioneren van jeugdigen heeft
- § heeft kennis van systeemtheoretische basisprincipes
- § heeft specialistische kennis van opvoedingsstijlen en hun invloed op de ontwikkeling van jeugdigen
- § heeft specialistische kennis van gezinsproblemen en hun invloed op de ontwikkeling van jeugdigen
- § heeft kennis van begeleidingsmethodieken van jeugdigen en hun gezinnen in diverse situaties
- § heeft brede kennis van verschillende hulpverleningsmethoden en -technieken, zoals oplossingsgericht werken en
- motiverende gespreksvoering
- § heeft kennis van culturele diversiteit rondom opvoeding bij de ondersteuning van jeugdigen en het systeem
- § kan observatievaardigheden toepassen om afwijkend of zorgwekkend gedrag bij jeugdigen te signaleren
- § kan coachingsvaardigheden toepassen in de begeleiding van jeugdigen
- § kan communicatievaardigheden toepassen afgestemd op de ontwikkelleeftijd van jeugdigen
- § kan ruimte geven aan gevoelens zonder deze te problematiseren
- § kan lichaamstaal en houding inzetten om toegankelijkheid en rust uit te stralen
- D1-K1: Begeleidt jeugdigen en hun systeem binnen de jeugd- en opvoedhulp
- § kan gesprekstechnieken toepassen om emoties en conflicten te hanteren
- § kan informatie verzamelen uit verschillende bronnen, zoals gesprekken, dossiers en observaties
- § kan informatie analyseren en interpreteren
- § kan verschillende hulpverleningsmethoden en -technieken toepassen
- § kan systemisch werken
- § kan coachingsvaardigheden toepassen bij de begeleiding van opvoeders in het systeem
- § kan adviesvaardigheden toepassen bij de begeleiding van opvoeders in het systeem
- § kan gedrag van jeugdigen interpreteren in verschillende omgevingen en opvoedingssituaties
- § kan doelen formuleren
- § kan belangen en perspectieven van betrokken partijen herkennen en benoemen
- § kan inschatten wanneer een situatie de eigen kennis, ervaring of bevoegdheid overstijgt
- § kan passende communicatievaardigheden toepassen in de samenwerking met anderen
- § kan mondeling en schriftelijk rapporteren volgens afspraken rondom informatiedeling
- § kan reflectievaardigheden toepassen
- § kan feedbackvaardigheden toepassen
Werkprocessen (3)
D1-K1-W1 Ondersteunt jeugdigen individueel en in een groep ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar geeft uitvoering aan het cliënt- of behandelplan en begeleidt jeugdigen zowel individueel als in groepsverband bij activiteiten, zoals persoonlijke verzorging, eetmomenten, huishoudelijke taken, werk, scholing en vrije tijd. De beginnend beroepsbeoefenaar schat in wat een jeugdige zelf kan en welke sterke punten die heeft. Ook schat die in welke verantwoordelijkheid de jeugdige kan dragen en stimuleert deze om deze verantwoordelijkheid ook op te pakken. Waar nodig assisteert de beginnend beroepsbeoefenaar de jeugdige daarbij. De beginnend beroepsbeoefenaar voert gesprekken en zoekt verbinding in activiteiten om zo de band te bevorderen. Waar nodig geeft die duidelijk de grenzen aan van acceptabel gedrag. De beginnend beroepsbeoefenaar deelt indien dit relevant is eigen levenservaringen. Ook geeft die voorlichting en biedt praktische aanwijzingen om het functioneren van de jeugdige te verbeteren. Tijdens de werkzaamheden observeert de beginnend beroepsbeoefenaar de jeugdigen. Wanneer die bijzonderheden of problemen signaleert die niet acuut zorgen voor een onveilige situatie, deelt de beginnend beroepsbeoefenaar deze observaties met collega’s en stemt af over de juiste aanpak. Bij een gesignaleerde dreigende onveilige situatie grijpt die direct in om de veiligheid te herstellen en het welzijn van de jeugdige en andere betrokkenen te waarborgen. De beginnend beroepsbeoefenaar signaleert wanneer de ondersteuning van een jeugdige of groep jeugdigen kan worden opgeschaald of afgebouwd. Deze signalen deelt die met collega’s waarna ze gezamenlijk een goed afgestemde aanpak bepalen.
Resultaat
Jeugdigen zijn ondersteund conform het cliënt- of behandelplan, en zo nodig geholpen bij en gestimuleerd tot activiteiten en het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Er is gewerkt aan de band.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- toont oprechte belangstelling voor de ideeën, opvattingen, standpunten en gevoelens van de jeugdige(n)
- sluit doelbewust aan op de sterke punten van de jeugdige
- observeert objectief het gedrag en functioneren van jeugdigen tijdens activiteiten
- deelt tijdig relevante observaties met collega’s
- stemt tijdig acties af met collega’s bij bijzonderheden of problemen
- handelt actief volgens afspraken en protocollen van de organisatie
- geeft het goede voorbeeld in communicatie, samenwerking en omgaan met regels
- geeft duidelijk en respectvol aan wat wel en niet acceptabel is
- De onderliggende competenties zijn: Begeleiden, Aandacht en begrip tonen, Samenwerken en overleggen, Vakdeskundigheid
- toepassen, Instructies en procedures opvolgen, Omgaan met verandering en aanpassen
Onderliggende competenties
D1-K1-W2 Ondersteunt het systeem bij de opvoeding ▼
Omschrijving
D1-K1-W2: Ondersteunt het systeem bij de opvoeding De beginnend beroepsbeoefenaar observeert opvoedingssituaties in het systeem van de jeugdige en gaat het gesprek aan met de jeugdige en/of opvoeders in het systeem om de ondersteuningsvraag helder te krijgen. De beginnend beroepsbeoefenaar onderzoekt de opvoedkundige kijk, de situatie en cultuur van het systeem en sluit de aanpak hierop aan, rekening houdend met de veiligheid van de betrokkenen in de situatie. De beginnend beroepsbeoefenaar biedt opvoeders informatie(bronnen) aan, geeft gericht advies en aanwijzingen en maakt afspraken over de begeleiding. De beginnend beroepsbeoefenaar schat in wat de opvoeders in het systeem zelf kunnen, welke verantwoordelijkheid zij kunnen dragen en stimuleert hen om deze verantwoordelijkheid ook zelf op te pakken. De beginnend beroepsbeoefenaar formuleert samen met de opvoeders kleine, concrete haalbare doelen. Bij het behalen van doelen erkent die de behaalde successen van de betrokkenen in het systeem en geeft ruimte voor trots of blijdschap. Daarnaast geeft de beginnend beroepsbeoefenaar het systeem inzicht in de krachten en valkuilen van de jeugdige en legt uit hoe hiermee om te gaan. De beginnend beroepsbeoefenaar monitort de veiligheid in en rondom het systeem. Bij meningsverschillen, problemen of spanningen binnen het systeem bespreekt die deze met de betreffende personen en werkt aan een passende oplossing. Wanneer de beginnend beroepsbeoefenaar bijzonderheden of problemen signaleert in de opvoedingssituaties in het systeem, deelt die de observaties met collega’s en stemt af over de juiste aanpak.
Resultaat
Het systeem heeft passende ondersteuning ontvangen bij de opvoeding van de jeugdige.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- observeert nauwkeurig de opvoedingssituaties binnen het systeem
- gaat doelgericht het gesprek aan met jeugdige/systeem om de ondersteuningsvraag helder te krijgen
- sluit op aan op de opvoedkundige kijk en situatie van het systeem, rekening houdend met de visie van de organisatie en
- geldende veiligheidskaders
- bespreekt op een begrijpelijke manier de krachten en valkuilen met het systeem
- toont vertrouwen in het vermogen van het systeem om verantwoording te dragen
- deelt tijdig relevante observaties met collega’s
- De onderliggende competenties zijn: Beslissen en activiteiten initiëren, Begeleiden, Aandacht en begrip tonen, Samenwerken en
- overleggen, Formuleren en rapporteren, Omgaan met verandering en aanpassen
Onderliggende competenties
D1-K1-W3 Stemt af met andere jeugd- en opvoedhulpprofessionals ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar werkt binnen een breder netwerk van professionals rondom de jeugdige en het systeem. Daarmee stemt die af om de situatie van een jeugdige en het systeem goed te begrijpen. Ook maakt die binnen het netwerk gezamenlijke afspraken over de begeleiding en aanpassing daarin wanneer de situatie van de jeugdige of het systeem verandert. De beginnend beroepsbeoefenaar bespreekt samen met andere professionals in het netwerk signalen, moeilijke keuzes en dilemma’s die zich voordoen, zoals ethische vraagstukken, conflicten of verschillende benaderingen van de situatie. In gezamenlijk overleg nemen ze beslissingen. Ook stemt die de taakverdeling en de eigen rol als mbo-professional af met de professionals in het netwerk. De beginnend beroepsbeoefenaar reflecteert op de eigen taak en rol binnen de begeleiding in het netwerk, vraagt feedback aan de andere professionals op de eigen rol en grenzen en past de eigen aanpak zo nodig aan.
Resultaat
Er is afgestemd met andere jeugd- en opvoedprofessionals in het netwerk rondom de jeugdige en het systeem en er zijn afspraken gemaakt over de begeleiding en taakverdeling. Er is gereflecteerd op de eigen taak en rol en de eigen werkwijze is zo nodig aangepast.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- communiceert op professionele wijze met netwerkpartners
- stemt zorgvuldig af met andere professionals over de begeleiding en taakverdeling
- deelt tijdig relevante informatie binnen het netwerk
- reflecteert kritisch op de eigen taak en rol binnen het netwerk
- D1-K1-W3: Stemt af met andere jeugd- en opvoedhulpprofessionals
- vraagt actief feedback aan collega’s over de eigen rol en grenzen
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Ethisch en integer handelen, Vakdeskundigheid
- toepassen, Leren
- 8 van 8
Onderliggende competenties
Welke opleidingen kunnen dit kiezen?
Geen actieve koppelingen in SBB-data.
Heb jij dit keuzedeel gegeven?
Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.
Stel mij op de hoogte (Release 2)