k keuzedelen.info
K1493 a 3 van 7

Euregionale uitwisseling ensamenwerking

240 SBU SBB: handel 0 opleidingen kunnen dit kiezen
🤔

Zelf bouwen of inkopen?

🛠 Zelf bouwen
Studielast voor de student is 240 SBU. Reken voor docent-tijd ruwweg 30–60 uur aan voorbereiding, lesmateriaal en toetsing.
Voordeel: volledige controle. Risico: tijd + afhakers.
🤝 Inkopen bij aanbieder
Smallere markt (0 opleidingen) — minder aanbieders maar mogelijk specialisten.
Voordeel: snel + bewezen. Kosten: wisselend.
🛒

Beschikbaar bij

Nog geen aanbieder bekend bij ons voor dit keuzedeel.

Mogelijk leveren een of meer van onze 4 bekende aanbieders (Boom, Savantis, Uitgeversgroep, All You Can Learn) dit keuzedeel ook — we hebben hun volledige aanbod nog niet gekoppeld. Bekijk alle aanbieders →

Algemene informatie

Beschrijving van het keuzedeel

Dit keuzedeel biedt studenten de mogelijkheid om praktijkervaring op te doen in de Euregio en zich op verschillende vlakken te ontwikkelen: omgaan met collega’s uit een andere cultuur, taalvaardigheden in de taal van het (buur)land en beroepsvaardigheden in een Euregionale werk- of leeromgeving. Het keuzedeel bestaat uit een deel voorbereiding en een praktijkdeel bij een bedrijf* of een vakschool (berufskolleg) in een (buur)land. *Afhankelijk van het vakgebied doet de beginnend beroepsbeoefenaar praktijkervaring op bij een bedrijf, organisatie of (zorg/onderwijs)instelling. Voor de leesbaarheid gebruiken we de term ‘bedrijf’ in dit keuzedeel.

Relevantie

Er zijn diverse Euregionale samenwerkingsprojecten tussen Nederland en haar buurlanden waarbij beginnend beroepsbeoefenaren een praktijkervaring in een (buur)land kunnen opdoen. Een voorbeeld hiervan is de Duits-Nederlandse Grenslandagenda, waarbij de samenwerking tussen Nederland en Duitsland op thema’s als onderwijs, arbeidsmarkt en innovatie centraal staat. Het keuzedeel sluit aan bij de doelen van deze en andere samenwerkingsprojecten in de Euregio en bevordert zo samenwerking en uitwisseling van innovatie in de Euregio. Daarnaast sluit het keuzedeel aan bij de intentie van het ministerie van OCW om zich meer te richten op de Nederlands-Duitse samenwerking en de arbeidsmobiliteit voor mbo-gediplomeerden verder te verbeteren (kamerbrief juli 2024, voortgang werkagenda mbo en Stagepact mbo, overheid.nl). Het keuzedeel vergroot de kans op werk in Duitsland of een ander buurland voor beginnend beroepsbeoefenaren die in de grensregio wonen. Daarnaast vergroot het de kans op werk in sectoren die te maken hebben met klanten of partners in de Euregio, zoals de horeca, (dag)toerisme, logistiek en transport.

Toelichting

Het keuzedeel is aangevraagd voor Euregionale samenwerkingsprojecten met Duitsland. Er is voor gekozen om het keuzedeel breed te beschrijven, zodat het keuzedeel ook kan worden ingezet bij samenwerkingsprojecten met andere landen. Voor samenwerkingsprojecten met de deelstaat Noordrijn-Westfalen op het gebied van beroepsonderwijs geldt in het bijzonder: om de praktijkervaring bij samenwerkingsprojecten te erkennen, is er een binationale aanvullende kwalificatie in het beroepsonderwijs ontwikkeld tussen Noordrijn-Westfalen en Nederland (BZBB NRW-NL). Met deze aanvullende kwalificatie kunnen studenten van beroepsopleidingen in Noordrijn-Westfalen worden onderscheiden die in het kader van samenwerkingsprojecten met Nederland kennis van de cultuur, (inter)culturele competenties, ook in de werkcontext, vreemde talen en beroepsmatige kennis en vaardigheden hebben verworven. De inhoud van het keuzedeel Euregionale samenwerking en uitwisseling omvat de inhoud van de BZBB NRW-NL. Met dit keuzedeel kunnen Nederlandse mbo-studenten aantonen dat ze kennis van de Duitse cultuur, (inter)culturele competenties, taalvaardigheden Duits en beroepsvaardigheden hebben ontwikkeld. Let op: Wanneer de student in diens opleiding gekozen heeft voor Duits als vreemde taal, dan is er sprake van overlap tussen de taalvaardigheden in dit keuzedeel en de kwalificatie.
Studielast
240 SBU
Aard
3 van 7
Certificaat
Nee
Beroepsvereisten
Nee
Branchevereisten
Nee
Sectorkamer
handel
Bron
SBB-PDF →

Uitwerking

1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.

D1-K1
Neemt deel aan een Euregionaal samenwerkingsproject
4 werkprocessen · 17 kennis/vaardigheden

Complexiteit

De werkzaamheden van de beginnend beroepsbeoefenaar zijn afhankelijk van diens vakgebied en de context: praktijkervaring bij een bedrijf in het (buur)land of een uitwisselingsproject met een vakschool (bijvoorbeeld een berufskolleg). In alle contexten komt de beginnend beroepsbeoefenaar in onbekende situaties terecht. Deze situaties doen een beroep op diens vermogen om situaties in te schatten en zich aan te passen. Een complicerende factor is dat die tijdens de praktijkperiode in contact met collega’s, studenten, klanten of cliënten de taal van het (buur)land moet spreken. Voor de voorbereiding en de praktijkperiode heeft de beginnend beroepsbeoefenaar kennis van de cultuur van het (buur)land, communicatieve vaardigheden, taalvaardigheden en culturele sensitiviteit nodig.

Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

De voorbereidende werkzaamheden voert de beginnend beroepsbeoefenaar meestal zelfstandig uit. Afhankelijk van het vakgebied, de context en de aard van de werkzaamheden of opdracht, werkt de beginnend beroepsbeoefenaar tijdens de praktijkperiode alleen of samen met anderen. Zowel in de voorbereiding als tijdens de praktijkperiode kan die een beroep doen op ondersteuning van een (praktijk)begeleider. De beginnend beroepsbeoefenaar is verantwoordelijk voor de eigen ontwikkeling en het resultaat van diens werkzaamheden.

Vakkennis en vaardigheden

De beginnend beroepsbeoefenaar:

  • § heeft kennis van de cultuur van het (buur)land: gewoontes/tradities, communicatiestijl, arbeidsethos/werkhouding
  • etcetera
  • § heeft kennis van omgangsvormen in het (buur)land: kleding, uiterlijk, omgang, algemene beleefheidsregels, etcetera
  • § heeft kennis van verschillen en overeenkomsten tussen de Nederlandse cultuur en de cultuur van het (buur)land
  • § heeft kennis van het begrip ‘culturele sensitiviteit’
  • § heeft kennis van opleidingen, beroepen en bedrijven in het (buur)land in diens vakgebied
  • § heeft kennis van wet- en regelgeving in het (buur)land in relatie tot diens vakgebied
  • § kan zich flexibel aanpassen in een nieuwe omgeving
  • § kan onderzoeksvaardigheden toepassen
  • § kan reflectievaardigheden toepassen
  • § kan communicatievaardigheden toepassen
  • § kan feedbackvaardigheden toepassen
  • § kan in korte zinnen iets over zichzelf vertellen in de taal van het (buur)land: bijvoorbeeld diens naam, woonplaats en
  • opleiding
  • § kan eenvoudige zinnen en uitdrukkingen lezen en begrijpen in de taal van het (buur)land
  • § kan eenvoudige mondelinge instructies in begrijpen en opvolgen in de taal van het (buur)land
  • § kan korte eenvoudige gesprekken voeren over het werk en/of dagelijkse onderwerpen in de taal van het (buur)land

Werkprocessen (4)

D1-K1-W1 Ontwikkelt kennis van de cultuur van het (buur)land
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar verdiept zich in kenmerken van de cultuur van het (buur)land, zoals gewoontes, omgangsvormen, communicatiestijl, en arbeidsethos/werkhouding. Hiervoor verzamelt die informatie uit verschillende bronnen en/of voert gesprekken met mensen die bekend zijn met deze cultuur. De beginnend beroepsbeoefenaar vergelijkt de bevindingen over de cultuur, gewoontes en omgangsvormen in het (buur)land met de eigen (Nederlandse) cultuur, gewoontes en omgangsvormen en beschrijft de verschillen en overeenkomsten. Vervolgens bedenkt die ontwikkelpunten voor diens gedrag in de omgang met mensen uit het (buur)land.

Resultaat

De beginnend beroepsbeoefenaar is zich bewust van de verschillen en overeenkomsten tussen kenmerken van de cultuur van het (buur)land en diens eigen cultuur.

Gedrag
  • D1-K1-W1: Ontwikkelt kennis van de cultuur van het (buur)land
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • verzamelt actief informatie over de cultuur, gewoontes en omgangsvormen van het (buur)land
  • vergelijkt de eigen en andere cultuur zonder waardeoordeel
  • reflecteert eerlijk op diens eigen gedrag in relatie tot de verworven kennis over de cultuur van het (buur)land
  • De onderliggende competenties zijn: Ethisch en integer handelen, Onderzoeken
Onderliggende competenties
Ethisch en integer handelen Onderzoeken
D1-K1-W2 Bereidt zich voor op een praktijkperiode in het (buur)land
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar oriënteert zich op beroepen, opleidingen, bedrijven en wet- en regelgeving van het (buur)land in diens vakgebied. De beginnend beroepsbeoefenaar verkent de mogelijkheden om tijdens een praktijkperiode bij diens vakgebied passende werkzaamheden of opdracht(en) uit te voeren. De beginnende beroepsbeoefenaar bespreekt de mogelijkheden met diens begeleider en maakt afspraken over de praktijkperiode in het (buur)land. De beginnend beroepsbeoefenaar bereidt zich voor op de praktijkperiode door diens taalvaardigheden te ontwikkelen en/of de benodigde kennis of vaardigheden te ontwikkelen voor het uitvoeren van de werkzaamheden of opdrachten.

Resultaat

De beginnend beroepsbeoefenaar heeft zich voorbereid op een praktijkperiode in het (buur)land.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • verzamelt actief informatie over diens vakgebied in Het (buur)land
  • selecteert passende werkzaamheden of opdracht(en) op basis van inzicht in het vakgebied en het samenwerkingsproject
  • toont initiatief in het gesprek met de begeleider
  • reflecteert kritisch op eigen (taal)vaardigheden en kennis
  • werkt actief aan de eigen ontwikkeling (taalvaardigheden en/of benodigde kennis of vaardigheden) om zich voor te bereiden op
  • de praktijkperiode
  • De onderliggende competenties zijn: Onderzoeken, Leren, Presenteren
Onderliggende competenties
Leren Onderzoeken Presenteren
D1-K1-W3 Voert werkzaamheden of een opdracht uit in het (buur)land
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar doet in het kader van een Euregionaal samenwerkingsproject (voor een korte periode) praktijkervaring op bij een bedrijf of bij een vakschool (bijvoorbeeld een berufskolleg) in het (buur)land. De beginnend beroepsbeoefenaar maakt kennis met de collega’s of studenten en (praktijk)begeleiders. De beginnend beroepsbeoefenaar luistert en observeert tijdens instructies en stelt vragen over de werkzaamheden of opdracht. De beginnend beroepsbeoefenaar zet diens beroepsvaardigheden in en zorgt dat diens werk voldoet aan de verwachtingen van het bedrijf/organisatie/instelling of de vakschool. Afhankelijk van de werkzaamheden of opdracht werkt die samen met anderen. In het contact met collega’s, studenten, klanten of cliënten houdt die rekening met de kenmerken van de cultuur van het (buur)land en past diens gedrag hieraan aan.

Resultaat

De beginnend beroepsbeoefenaar heeft werkzaamheden of een opdracht uitgevoerd in het kader van een Euregionaal samenwerkingsproject.

Gedrag
  • hieraan aan
  • Resultaat
  • De beginnend beroepsbeoefenaar heeft werkzaamheden of een opdracht uitgevoerd in het kader van een Euregionaal
  • samenwerkingsproject
  • Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • toont duidelijk belangstelling voor de werkzaamheden in het bedrijf of vakschool
  • toont motivatie en inzet om de taal van het (buur)land te begrijpen (lezen of luisteren)
  • toont passend gedrag/communicatieve vaardigheden in contact met collega’s, studenten, klanten of cliënten
  • D1-K1-W3: Voert werkzaamheden of een opdracht uit in het (buur)land
  • spreekt de taal van het (buur)land verstaanbaar in korte en eenvoudige gesprekken
  • gaat flexibel om met nieuwe situaties
  • werkt volgens werkinstructies en wettelijke richtlijnen
  • toont motivatie en inzet om diens werk goed te doen
  • De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Kwaliteit leveren, Instructies en procedures opvolgen, Omgaan
  • met verandering en aanpassen
Onderliggende competenties
Instructies en procedures opvolgen Kwaliteit leveren Omgaan met verandering en aanpassen Samenwerken en overleggen
D1-K1-W4 Reflecteert op diens praktijkperiode in het (buur)land
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar sluit de praktijkperiode in het (buur)land af. Aan de (praktijk)begeleider en collega’s van het bedrijf of de vakschool vraagt die feedback op diverse aspecten, zoals de uitvoering van werkzaamheden, diens bijdrage aan de samenwerking en diens communicatieve vaardigheden. Vervolgens reflecteert die op het eigen handelen in de voorbereiding en praktijkperiode, onder andere op diens vermogen om zich aan te passen aan de werkomgeving. De beginnend beroepsbeoefenaar bedenkt wat die heeft geleerd en wat die nog wil verbeteren. De bevindingen uit de feedback en reflectie verwerkt die in een verslag, presentatie of andere vorm.

Resultaat

De beginnend beroepsbeoefenaar heeft de bevindingen uit feedback en reflectie verwerkt in een verslag, presentatie of andere vorm.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • vraagt gerichte feedback op diens functioneren aan diverse mensen uit het bedrijf of de vakschool
  • reflecteert eerlijk op diens eigen functioneren
  • verwerkt de bevindingen op gestructureerde wijze in een verslag, presentatie of andere vorm
  • De onderliggende competenties zijn: Formuleren en rapporteren, Leren
  • 7 van 7
Onderliggende competenties
Formuleren en rapporteren Leren

Welke opleidingen kunnen dit kiezen?

Geen actieve koppelingen in SBB-data.

Heb jij dit keuzedeel gegeven?

Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.

Stel mij op de hoogte (Release 2)