k keuzedelen.info
K1397 a Verdiepend 📜 Certificaat

Vakkundig werken in het agrarisch loonwerk

480 SBU SBB: voedsel, groen en gastvrijheid 0 opleidingen kunnen dit kiezen
🤔

Zelf bouwen of inkopen?

🛠 Zelf bouwen
Studielast voor de student is 480 SBU. Reken voor docent-tijd ruwweg 60–120 uur aan voorbereiding, lesmateriaal en toetsing.
Voordeel: volledige controle. Risico: tijd + afhakers.
🤝 Inkopen bij aanbieder
Smallere markt (0 opleidingen) — minder aanbieders maar mogelijk specialisten.
Voordeel: snel + bewezen. Kosten: wisselend.
🛒

Beschikbaar bij

Nog geen aanbieder bekend bij ons voor dit keuzedeel.

Mogelijk leveren een of meer van onze 4 bekende aanbieders (Boom, Savantis, Uitgeversgroep, All You Can Learn) dit keuzedeel ook — we hebben hun volledige aanbod nog niet gekoppeld. Bekijk alle aanbieders →

Algemene informatie

Beschrijving van het keuzedeel

Dit keuzedeel gaat over het zelfstandig uitvoeren van agrarisch loonwerk, met aandacht voor waterhuishouding, energiebesparing, milieu, natuur, veiligheid en regelgeving. Aan de orde komen het gebruiksklaar maken en onderhouden van (complexe) machines en het uitvoeren van werkzaamheden voor de teelt van regiogebonden en innovatieve gewassen, op verschillende grondsoorten.

Relevantie

Er is bij loonwerkbedrijven behoefte aan beginnend beroepsbeoefenaren die zelfstandig inzetbaar zijn in het agrarisch loonwerk. Dit keuzedeel stelt studenten in staat om startbekwaam te worden in de meest voorkomende werkzaamheden op gebied van 3 van 6 D1: Vakkundig werken in het agrarisch loonwerk agrarisch loonwerk. Hierbij staan naast gedegen machinekennis en -vaardigheid ook de beroepshouding centraal, gericht op het kunnen werken vanuit milieu- en veiligheidsvoorschriften. Daarmee geeft dit keuzedeel een duidelijke meerwaarde op de arbeidsmarkt.

Toelichting

Voor de beginnende beroepsbeoefenaren die werken met gewasbeschermingsmiddelen is het van belang dat zij voldoen aan de wettelijke beroepsvereisten, namelijk het Vakbekwaamheidsbewijs Uitvoeren Gewasbescherming (VBB). Daarnaast moeten zij in bezit zijn van het T-rijbewijs (volgens de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993). Disclaimer: Dit keuzedeel overlapt met het keuzedeel Agrarisch loonwerk (K0255). Het is daarom niet mogelijk om beide keuzedelen aan dezelfde doelgroep aan te bieden. Het keuzedeel Agrarisch loonwerk komt per 01-08-2024 te vervallen vanwege onderhoud aan het huidige kwalificatiedossier en wordt dan vervangen door een bij het nieuwe kwalificatiedossier passend keuzedeel. De in het keuzedeel genoemde Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet.
Studielast
480 SBU
Aard
Verdiepend
Certificaat
Ja
Beroepsvereisten
Nee
Branchevereisten
Nee
Sectorkamer
voedsel, groen en gastvrijheid
Bron
SBB-PDF →

Uitwerking

1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.

D1-K1
Verzorgen complex agrarisch loonwerk
2 werkprocessen · 30 kennis/vaardigheden

Complexiteit

De complexiteit van de beginnend beroepsbeoefenaar wordt met name bepaald door de grote diversiteit aan werkzaamheden en uitvoeringslocaties. Hij werkt op de locatie van de opdrachtgever en stemt de machines en de werkzaamheden af op wisselende lokale (weers)omstandigheden, grondsoort en teelt. Daarbij zoekt hij/zij steeds naar een balans tussen efficiënt, natuur- en milieubewust en veilig werken. Hij heeft te maken met een diversiteit aan meer of minder complexe machines en systemen (GPS) en dient goed op de hoogte te zijn van de werking ervan. Hij voert een grote diversiteit aan gemechaniseerde loonwerkwerkzaamheden uit. Hij beschikt over algemene kennis en vaardigheden voor het uitvoeren van complex gemechaniseerd loonwerk. Hij heeft te maken met piekperiodes in het werk, omdat het werk seizoens- en weersafhankelijk is. De beginnend beroepsbeoefenaar moet hierop kunnen anticiperen.

Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

De beginnend beroepsbeoefenaar heeft een uitvoerende rol. Hij werkt zelfstandig volgens opdracht of op aanwijzing van zijn leidinggevende. Hij is verantwoordelijk voor zijn eigen werk, voor de door hem gebruikte bedrijfsuitrusting en voor de invloed daarvan op zijn directe werkomgeving. Hij heeft een signalerende rol voor afwijkingen en koppelt deze terug aan de leidinggevende.

Vakkennis en vaardigheden

De beginnend beroepsbeoefenaar:

  • § Heeft kennis over bemesting: NPK, sporenelementen, verschillende vormen, organisch/anorganische meststoffen (gebruik,
  • voor- en nadelen), mineralenkringloop; in de context van agrarische gewassen
  • § Heeft kennis van de begrippen organisch/anorganisch, percentage organische stof, zuurstof, structuur, doorlatendheid,
  • dichtslaan, stuiven, storende lagen en structuurbederf, in relatie tot de dagelijkse praktijk
  • § Heeft kennis van de gevaren van mestgassen
  • § Heeft kennis van de Wet Natuurbescherming in relatie tot agrarisch loonwerk
  • § Heeft kennis van het werken met GPS en de toepassingen ervan (precisielandbouw) bij de werkzaamheden
  • § Heeft kennis van hygiënemaatregelen om verspreiding van ziekten en plagen te voorkomen zoals het niet beregenen met
  • oppervlaktewater i.v.m. bruinrot, reinigen van machines, afvalbulten van producten (aardappels, uien, etc.) afdekken,
  • maatregelen bij dierziekten (vervoersverbod, ontsmetten, geen mest uitrijden, etc.)
  • § Heeft kennis van natuurbeheer in relatie tot agrarisch loonwerk
  • § Heeft kennis van regiogebonden hoofdgewassen en innovatieve gewassen en hun teelt
  • § Heeft kennis van specifieke grondsoorten (klei, zand of veen)
  • § Heeft kennis van waterhuishouding in relatie tot agrarisch loonwerk
  • § Heeft specifieke kennis van actuele eisen voor landbouwverkeer
  • § Heeft kennis van weersomstandigheden op het werk
  • § Heeft kennis van de kenmerken van de verschillende seizoenen, en wat e.e.a. betekent voor zijn werkzaamheden
  • § Kan milieuvriendelijk handelen bij lekkages, afvoeren reststoffen, afvalwater, etc
  • § Kan afwijkingen (zoals verkleuring, vraat, structuurbederf, gebreksverschijnselen, ziektes en vochthuishouding) herkennen
  • en de werkzaamheden hierop aanpassen
  • § Kan bij grondbewerking de keuze maken welke machine het beste bij de omstandigheden en gewenst resultaat past (ploeg,
  • frees, rotoreg, etc.)
  • § Kan grondbewerkingsmachine, zaai/pootmachine en gewasverzorgingsmachine op de juiste manier afstellen en bedienen
  • § Kan het dagelijks onderhoud uitvoeren bij grondbewerkingsmachine, zaai/pootmachine en gewasverzorgingsmachine
  • § Kan met een trekker werken (voertuigbeheersing) en manoeuvreren en daarbij energiebesparende maatregelen toepassen
  • § Kan specifieke grondsoorten herkennen (klei, zand of veen)
  • § Kan volgens de voorschriften van de arbocatalogus werken en gebruikt daarbij persoonlijke beschermingsmiddelen en
  • procedures zoals LMRA
  • § Kan werkzaamheden uitvoeren met behoud of verbetering van natuurwaarden
  • § Kan met verschillende doelgroepen communiceren

Werkprocessen (2)

D1-K1-W1 Maakt (complexe) machines voor agrarisch loonwerk gebruiksklaar
Omschrijving

D1-K1-W1: Maakt (complexe) machines voor agrarisch loonwerk gebruiksklaar De beginnend beroepsbeoefenaar kiest de trekker/werktuig combinatie op basis van de geplande werkzaamheden en de (weers)omstandigheden ter plaatse. Hij controleert de instellingen van de machines en stelt ze bij op basis van de werkzaamheden en de (weers)omstandigheden ter plaatse. Hij koppelt machines en werktuigen aan en maakt ze transportklaar.

Resultaat

De complexe en minder complexe machines zijn ingesteld voor de geplande werkzaamheden en transportklaar.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • kiest vakkundig de trekker/werktuigcombinatie op basis van de geplande werkzaamheden en de (weers)omstandigheden ter
  • plaatse
  • controleert nauwkeurig of de instellingen correct zijn en past ze bedreven aan
  • overlegt tijdig met leidinggevende bij twijfel over machinekeus en afstellingen
  • De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Vakdeskundigheid toepassen, Materialen en middelen
  • inzetten
Onderliggende competenties
Materialen en middelen inzetten Samenwerken en overleggen Vakdeskundigheid toepassen
D1-K1-W2 Voert complexe en gemechaniseerde werkzaamheden uit voor de teelt van producten/gewassen
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar voert gemechaniseerde werkzaamheden uit op het terrein van de opdrachtgever ten behoeve van natuurbeheer, teelt en/of mesttransport en/of mestvergisting en/of het voer/voeren van dieren. Hij doet dit gedurende alle teeltseizoenen. Hij bewerkt de bodem en verzorgt de gewassen/teelten/begroeiing en/of transporteert het product dan wel de mest en/of voer en/of verzorgt de opslag. Hij controleert de werking van werktuigen, gereedschappen, machines, apparaten en (persoonlijke) veiligheidsvoorzieningen. Op basis van de omstandigheden ter plaatse corrigeert hij zo nodig de instellingen van machines en werktuigen. Tijdens het werken controleert hij de invloed van de werkzaamheden op de kwaliteit van het agrarisch product en de invloed op natuur/milieu en past werkzaamheden en instellingen zo nodig aan. Hij ruimt de werkplek op, verwijdert restproducten en afval en verzorgt en onderhoudt de gebruikte werktuigen, gereedschappen, machines en apparaten. De beginnend beroepsbeoefenaar bespreekt het uitgevoerde werk met de leidinggevende en/of de opdrachtgever.

Resultaat

De gemechaniseerde werkzaamheden zijn optimaal uitgevoerd, de werkplek is opgeruimd en het werk is besproken met de leidinggevende/opdrachtgever.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • controleert zorgvuldig en snel de werking van werktuigen, gereedschappen, machines, apparaten en (persoonlijke)
  • veiligheidsvoorzieningen
  • werkt systematisch en zorgvuldig en in het tempo dat nodig is om het vereiste productieniveau te halen
  • verzorgt en onderhoudt de machines op vakkundige wijze
  • controleert voortdurend de invloed van de werkzaamheden op de kwaliteit van het agrarisch product
  • past vakkundig instellingen en werkzaamheden aan op de omstandigheden ter plaatse en/of ten behoeve van de kwaliteit van
  • het agrarisch product met oog voor natuur en milieu
  • werkt volgens geldende kwaliteitseisen, procedures en wet- en regelgeving conform milieu- en veiligheidsvoorschriften
  • De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Vakdeskundigheid toepassen, Materialen en middelen
  • inzetten, Instructies en procedures opvolgen
  • 6 van 6
Onderliggende competenties
Instructies en procedures opvolgen Materialen en middelen inzetten Samenwerken en overleggen Vakdeskundigheid toepassen

Welke opleidingen kunnen dit kiezen?

Geen actieve koppelingen in SBB-data.

Heb jij dit keuzedeel gegeven?

Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.

Stel mij op de hoogte (Release 2)