Sterren meten populariteit, niet kwaliteit.
We rangschikken keuzedelen binnen dezelfde groep (zelfde niveau + zelfde aard, bv "Verdiepend op niveau 4").
- Top 5% → ★★★★★
- Top 25% → ★★★★
- Top 50% → ★★★
- Top 75% → ★★
- Rest → ★
- <20 studentkeuzes → geen sterren
Score = 40% volume + 30% breedte + 30% conversie.
Bron: DUO MK11-peildatum 2025-11-25. Een keuzedeel met weinig sterren is niet automatisch slecht — het kan nieuw of niche zijn.
Zelf bouwen of inkopen?
Beschikbaar bij
1 aanbieder biedt kant-en-klare content voor dit keuzedeel — klik door voor reviews en aanvragen.
Bron: openbare aanbod-overzichten van de aanbieders zelf. Mist hier een aanbieder die dit keuzedeel ook levert? Vraag hier of de aanbieder een verbetering aan via hun pagina.
Algemene informatie
Beschrijving van het keuzedeel
Relevantie
Toelichting
Uitwerking
1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.
D1-K1
Biedt ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten aan
3 werkprocessen
· 27 kennis/vaardigheden
▼
Complexiteit
De beginnend beroepsbeoefenaar voert dagelijks allerlei verschillende beweegactiviteiten uit. Soms zijn dit standaard activiteiten beschreven in methodes, soms zijn dit niet standaard activiteiten die nog ontwikkeld moeten worden. De beginnend beroepsbeoefenaar combineert voor de werkzaamheden verschillende kennis en vaardigheden. Denk aan kennis over de (senso)motorische ontwikkelingsfasen van een kind en het observeren van de daadwerkelijke (motorische) ontwikkeling van een kind; beweegvormen, handelingsvormen en pedagogisch handelen om in te spelen op de (ontwikkel)behoefte van het kind/de groep. De beginnend beroepsbeoefenaar werkt met verschillende doelgroepen in de kinderopvang en/of het basisonderwijs. De beginnend beroepsbeoefenaar voert de werkzaamheden in wisselende omstandigheden uit en stelt zich daarbij flexibel op. Er is sprake van een afbreukrisico wanneer de veiligheid onvoldoende wordt gewaarborgd. Als het risico verkeerd wordt ingeschat heeft dat direct invloed op het kind. De beginnend beroepsbeoefenaar moet in alle situaties alert zijn.
Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
De beginnend beroepsbeoefenaar voert de taken zelfstandig uit, maar overlegt met collega’s over de aanpak. De beginnend beroepsbeoefenaar draagt verantwoordelijkheid voor de eigen rol en werkzaamheden. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de leidinggevende.
Vakkennis en vaardigheden
De beginnend beroepsbeoefenaar:
- kans op een negatief gevolg zoals schrikken of letsel)
- § heeft brede en specialistische kennis van de (senso)motorische ontwikkelingsfasen van een kind
- § heeft specialistische kennis over het effect van de (senso)motorische ontwikkeling op andere ontwikkelingsgebieden
- § heeft specialistische kennis over hoe de (senso)motorische ontwikkeling en de ontwikkeling van het brein samenhangen
- § heeft specialistische kennis van de invloed van de buitenomgeving op de werking van het brein
- § heeft specialistische kennis van de grondmotorische eigenschappen
- § heeft specialistische kennis over het effect van beweging op de ontwikkeling en het welzijn van kinderen
- § heeft brede kennis van het beweeggedrag van en het beweegadvies voor kinderen
- § heeft brede en specialistische kennis van beweegvormen en handelingsvormen passend bij de doelgroep
- § heeft brede en specialistische kennis van de ontwikkellijnen en leerlijnen taal en (voorbereidend) rekenen
- § heeft brede en specialistische kennis van de voorwaarden voor schoolrijpheid
- § heeft specialistische kennis van de voordelen van risicovol spel voor de ontwikkeling van een kind
- § heeft specialistische kennis van de verschillende vormen van risicovol spel
- § heeft kennis van het verschil tussen gevaar (een element in de omgeving waaraan iemand zich kan verwonden) en risico (de
- § heeft kennis van welke vormen van risicovol spel passend zijn bij verschillende ontwikkelingsfasen van een kind
- § heeft brede kennis van factoren die opvattingen over risicovol spel beïnvloeden (kindbeeld, eigen normen en waarden,
- karakter, relatie met ouders, beleid, GGD, cultuur)
- § kan de mogelijkheden en beperkingen van kinderen inschatten en de beweegactiviteiten en begeleiding hierop aanpassen
- § kan beweegmomenten ontwikkelen die passend zijn bij de (senso)motorische ontwikkeling van een kind
- § kan de activiteiten en begeleiding aanpassen aan de groepssamenstelling, groepsdynamiek en omstandigheden
- § kan afwisselende werkvormen inzetten en structuur aanbrengen in een dagprogramma
- § kan het goede voorbeeld geven met betrekking tot bewegen
- § kan risico's tijdens spel herkennen
- § kan de (leer)behoefte van kinderen signaleren
- § kan vanuit verschillende bronnen informatie verzamelen ter verbetering van het activiteitenaanbod
- § kan communicatievaardigheden inzetten in de organisatie, begeleiding en doorontwikkeling van beweeg(leer)momenten in
- samenwerking met collega's en afstemming met ouders
Werkprocessen (3)
D1-K1-W1 Ontwikkelt ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar stelt een dagprogramma op dat de cognitieve ontwikkeling en het (buiten) bewegen van kinderen gedurende de dag stimuleert door het organiseren van verschillende soorten activiteiten. De beginnend beroepsbeoefenaar kiest en/of ontwikkelt beweegmomenten om de ontwikkeling en de fysieke en het emotionele welzijn van kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar te bevorderen. De beginnend beroepsbeoefenaar kiest en/of ontwikkelt beweegactiviteiten die gericht zijn op risicovol spel voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 13 jaar. De beginnend D1-K1-W1: Ontwikkelt ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten beroepsbeoefenaar kiest en/of ontwikkelt beweeg-leermomenten. Dit zijn momenten waarin het leren van cognitieve kennis en vaardigheden als taal en (voorbereidend) rekenen samen worden gevoegd met bewegen voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 13 jaar. De bewegingen ondersteunen het brein bij het leren van deze cognitieve kennis en vaardigheden. Voor jonge kinderen (2-4 jaar) ligt de focus op het stimuleren van de voorwaardelijke vaardigheden voor schoolrijpheid. De beginnend beroepsbeoefenaar stemt de (risicovolle) beweeg(leer)momenten af op de doelgroep in afstemming met de collega’s.
Resultaat
De beginnend beroepsbeoefenaar heeft een ontwikkelingsgericht en risicovol beweeg(leer)programma opgesteld, waarmee kinderen voldoende bewegen, zich breed ontwikkelen, en waarmee de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van kinderen worden vergroot.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- organiseert een afgestemd, ontwikkelingsgericht en risicovol, dagelijks beweeg(leer)programma, waarbij de cognitieve,
- grondmotorische eigenschappen, zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen worden gestimuleerd
- stemt de beweeg(leer)momenten (spelvormen, handelingsvormen, beweegvormen) adequaat af op het ontwikkelingsniveau van
- het kind/de groep kinderen
- integreert op adequate wijze de (voorwaarden voor) leerlijnen/ontwikkellijnen voor taal en (voorbereidend) rekenen in beweeg-
- leermomenten
- formuleert een onderbouwde visie omtrent risicovol spel, rekening houdend met de visie van de organisatie
- biedt autonome, risicovolle beweegmomenten aan, die kinderen de ruimte geven om op hun eigen manier te bewegen
- bereidt effectief en passende (risicovolle) beweeg(leer)momenten voor en houdt hierbij rekening met de risicocompetentie van
- kinderen en het beleid en de visie van de organisatie
- kiest geschikte en vindingrijke materialen
- stemt de ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten effectief af met collega's
- De onderliggende competenties zijn: Beslissen en activiteiten initiëren, Begeleiden, Samenwerken en
- overleggen, Vakdeskundigheid toepassen, Materialen en middelen inzetten, Op de behoeften en verwachtingen van de "klant"
- richten, Plannen en organiseren
Onderliggende competenties
D1-K1-W2 Voert ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten uit ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar voert een ontwikkelingsgericht en risicovol beweeg(leer)programma uit. De beginnend beroepsbeoefenaar geeft instructies aan de kinderen om de beweeg(leer)activiteit uit te voeren en begeleidt de kinderen tijdens de activiteit. De beginnend beroepsbeoefenaar speelt in op de behoefte van het kind/de groep, houdt rekening met leer- /ontwikkellijnen en differentieert in diens manier van instrueren en begeleiden. De beginnend beroepsbeoefenaar stemt de uitvoering van de beweeg(leer)activiteiten af met collega’s.
Resultaat
De beginnend beroepsbeoefenaar heeft ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten uitgevoerd.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- maakt effectief gebruik van materialen en de buitenruimte
- biedt op maat instructie en begeleiding rondom de risicovolle beweeg(leer)momenten op basis van de (leer)behoefte van het
- kind en/of de groep
- begeleidt de kinderen op een passende en pedagogische manier tijdens de beweeg(leer)momenten
- past de interventieladder adequaat toe bij het maken van een keuze om in te grijpen bij risicovol spel
- grijpt en creëert op natuurlijke, adequate en effectieve manieren kansen om risicovol spel te stimuleren
- stemt de beweeg(leer)momenten effectief af en werkt samen met collega's
- maakt opvattingen over risicovol spel op een professionele manier met ouders bespreekbaar
- D1-K1-W2: Voert ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten uit
- De onderliggende competenties zijn: Beslissen en activiteiten initiëren, Begeleiden, Samenwerken en
- overleggen, Vakdeskundigheid toepassen, Materialen en middelen inzetten, Op de behoeften en verwachtingen van de "klant"
- richten
Onderliggende competenties
D1-K1-W3 Evalueert ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar evalueert de ontwikkeling en uitvoering van de ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten. De beginnend beroepsbeoefenaar gaat hierbij procesmatig te werk en evalueert op product-, proces- en belevingsniveau. Productevaluatie gaat over het motorische of ontwikkelingsdoel, procesevaluatie gaat over hoe de uitvoering heeft plaatsgevonden, belevingsevaluatie gaat over hoe de kinderen, de beroepsbeoefenaar en de collega’s de ervaring vonden. De beginnend beroepsbeoefenaar betrekt in de evaluatie, naast de eigen bevindingen, ook de feedback van collega’s en de doelgroep en formuleert tot slot verbeterpunten.
Resultaat
De beginnend beroepsbeoefenaar heeft het ontwikkelde en uitgevoerde programma van ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten geëvalueerd op product-, proces- en belevingsniveau en heeft verbeterpunten geformuleerd.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- evalueert de beweeg(leer)momenten adequaat op product-, proces- en belevingsniveau
- evalueert volledig op de beweeg(leer)momenten door feedback vanuit verschillende bronnen mee te nemen (zoals collega’s en de
- doelgroep)
- formuleert één of meerdere concrete en relevante verbeterpunten
- bespreekt de uitkomst van de evaluatie en de verbeterpunten effectief en correct met collega’s
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Vakdeskundigheid toepassen, Onderzoeken, Analyseren
- 7 van 7
Onderliggende competenties
Welke scholen geven dit?
Top 2 scholen op aantal studenten dat dit keuzedeel koos.
Welke opleidingen kunnen dit kiezen?
Geen actieve koppelingen in SBB-data.
Heb jij dit keuzedeel gegeven?
Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.
Stel mij op de hoogte (Release 2)