k keuzedelen.info
K1383 aB Verdiepend 📜 Certificaat

Bewegend kind

480 SBU SBB: zorg, welzijn en sport 0 opleidingen kunnen dit kiezen
Adoptiescore Hoe werken de sterren?

Sterren meten populariteit, niet kwaliteit.

We rangschikken keuzedelen binnen dezelfde groep (zelfde niveau + zelfde aard, bv "Verdiepend op niveau 4").

  • Top 5% → ★★★★★
  • Top 25% → ★★★★
  • Top 50% → ★★★
  • Top 75% → ★★
  • Rest → ★
  • <20 studentkeuzes → geen sterren

Score = 40% volume + 30% breedte + 30% conversie.

Bron: DUO MK11-peildatum 2025-11-25. Een keuzedeel met weinig sterren is niet automatisch slecht — het kan nieuw of niche zijn.

33 /100
Te weinig data
Volume
29 studenten
Breedte
5 scholen aanbod
Conversie
2 actief gekozen
Berekend uit DUO-data peildatum 2025-11-25. Volume = absolute studentaantallen, Breedte = % aanbiedende scholen, Conversie = % aanbiedingen waar minstens één student het koos.
🤔

Zelf bouwen of inkopen?

🛠 Zelf bouwen
Studielast voor de student is 480 SBU. Reken voor docent-tijd ruwweg 60–120 uur aan voorbereiding, lesmateriaal en toetsing.
Voordeel: volledige controle. Risico: tijd + afhakers.
🤝 Inkopen bij aanbieder
Smallere markt (0 opleidingen) — minder aanbieders maar mogelijk specialisten.
Voordeel: snel + bewezen. Kosten: wisselend.
🛒

Beschikbaar bij

1 aanbieder biedt kant-en-klare content voor dit keuzedeel — klik door voor reviews en aanvragen.

B
Boom uitgevers
Educatieve uitgever
Samen maken we werk van onderwijs.

Bron: openbare aanbod-overzichten van de aanbieders zelf. Mist hier een aanbieder die dit keuzedeel ook levert? Vraag hier of de aanbieder een verbetering aan via hun pagina.

Algemene informatie

Beschrijving van het keuzedeel

3 van 7 D1: Bewegend kind In dit keuzedeel leert de beginnend beroepsbeoefenaar hoe de motorische ontwikkeling van kinderen verloopt en hoe de beginnend beroepsbeoefenaar van hieruit de brede ontwikkeling van kinderen kan stimuleren door middel van structurele beweging, bewegend leren en risicovol spel.

Relevantie

Het keuzedeel Bewegend kind biedt de beginnend beroepsbeoefenaar de mogelijkheid zich te verdiepen in de motorische ontwikkeling van kinderen en daarnaast in een passend aanbod van bewegingsactiviteiten om kinderen optimaal te laten bewegen, leren en uit te dagen tot risicovol spel. De motorische ontwikkeling van kinderen ligt aan de basis van vele andere ontwikkelingsgebieden zoals creativiteit, zelfredzaamheid en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Medewerkers in dit werkveld moeten kennis hebben van de (senso)motorische ontwikkeling en moeten een inschatting kunnen maken welk risicovol spel passend is gezien de motorische ontwikkeling van een kind. Ook moeten zij kennis hebben van methoden en interventies om het leren van bijvoorbeeld taalvaardigheden te optimaliseren door het inzetten van beweeg-leermomenten. In het werkveld is er behoefte aan medewerkers die deze kennis hebben en op de juiste wijze interventies aanbieden en begeleiden. Pedagogisch medewerkers zullen door het afronden van dit keuzedeel hun positie op de arbeidsmarkt versterken.

Toelichting

Relevantie van het keuzedeel Het keuzedeel Bewegend kind biedt de beginnend beroepsbeoefenaar de mogelijkheid zich te verdiepen in de motorische ontwikkeling van kinderen en daarnaast in een passend aanbod van bewegingsactiviteiten om kinderen optimaal te laten bewegen, leren en uit te dagen tot risicovol spel. De motorische ontwikkeling van kinderen ligt aan de basis van vele andere ontwikkelingsgebieden zoals creativiteit, zelfredzaamheid en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Medewerkers in dit werkveld moeten kennis hebben van de (senso)motorische ontwikkeling en moeten een inschatting kunnen maken welk risicovol spel passend is gezien de motorische ontwikkeling van een kind. Ook moeten zij kennis hebben van methoden en interventies om het leren van bijvoorbeeld taalvaardigheden te optimaliseren door het inzetten van beweeg-leermomenten. In het werkveld is er behoefte aan medewerkers die deze kennis hebben en op de juiste wijze interventies aanbieden en begeleiden. Pedagogisch medewerkers zullen door het afronden van dit keuzedeel hun positie op de arbeidsmarkt versterken.
Studielast
480 SBU
Aard
Verdiepend
Certificaat
Ja
Beroepsvereisten
Nee
Branchevereisten
Nee
Sectorkamer
zorg, welzijn en sport
Bron
SBB-PDF →

Uitwerking

1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.

D1-K1
Biedt ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten aan
3 werkprocessen · 27 kennis/vaardigheden

Complexiteit

De beginnend beroepsbeoefenaar voert dagelijks allerlei verschillende beweegactiviteiten uit. Soms zijn dit standaard activiteiten beschreven in methodes, soms zijn dit niet standaard activiteiten die nog ontwikkeld moeten worden. De beginnend beroepsbeoefenaar combineert voor de werkzaamheden verschillende kennis en vaardigheden. Denk aan kennis over de (senso)motorische ontwikkelingsfasen van een kind en het observeren van de daadwerkelijke (motorische) ontwikkeling van een kind; beweegvormen, handelingsvormen en pedagogisch handelen om in te spelen op de (ontwikkel)behoefte van het kind/de groep. De beginnend beroepsbeoefenaar werkt met verschillende doelgroepen in de kinderopvang en/of het basisonderwijs. De beginnend beroepsbeoefenaar voert de werkzaamheden in wisselende omstandigheden uit en stelt zich daarbij flexibel op. Er is sprake van een afbreukrisico wanneer de veiligheid onvoldoende wordt gewaarborgd. Als het risico verkeerd wordt ingeschat heeft dat direct invloed op het kind. De beginnend beroepsbeoefenaar moet in alle situaties alert zijn.

Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

De beginnend beroepsbeoefenaar voert de taken zelfstandig uit, maar overlegt met collega’s over de aanpak. De beginnend beroepsbeoefenaar draagt verantwoordelijkheid voor de eigen rol en werkzaamheden. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de leidinggevende.

Vakkennis en vaardigheden

De beginnend beroepsbeoefenaar:

Vaardigheden
  • kans op een negatief gevolg zoals schrikken of letsel)
  • § heeft brede en specialistische kennis van de (senso)motorische ontwikkelingsfasen van een kind
  • § heeft specialistische kennis over het effect van de (senso)motorische ontwikkeling op andere ontwikkelingsgebieden
  • § heeft specialistische kennis over hoe de (senso)motorische ontwikkeling en de ontwikkeling van het brein samenhangen
  • § heeft specialistische kennis van de invloed van de buitenomgeving op de werking van het brein
  • § heeft specialistische kennis van de grondmotorische eigenschappen
  • § heeft specialistische kennis over het effect van beweging op de ontwikkeling en het welzijn van kinderen
  • § heeft brede kennis van het beweeggedrag van en het beweegadvies voor kinderen
  • § heeft brede en specialistische kennis van beweegvormen en handelingsvormen passend bij de doelgroep
  • § heeft brede en specialistische kennis van de ontwikkellijnen en leerlijnen taal en (voorbereidend) rekenen
  • § heeft brede en specialistische kennis van de voorwaarden voor schoolrijpheid
  • § heeft specialistische kennis van de voordelen van risicovol spel voor de ontwikkeling van een kind
  • § heeft specialistische kennis van de verschillende vormen van risicovol spel
  • § heeft kennis van het verschil tussen gevaar (een element in de omgeving waaraan iemand zich kan verwonden) en risico (de
  • § heeft kennis van welke vormen van risicovol spel passend zijn bij verschillende ontwikkelingsfasen van een kind
  • § heeft brede kennis van factoren die opvattingen over risicovol spel beïnvloeden (kindbeeld, eigen normen en waarden,
  • karakter, relatie met ouders, beleid, GGD, cultuur)
  • § kan de mogelijkheden en beperkingen van kinderen inschatten en de beweegactiviteiten en begeleiding hierop aanpassen
  • § kan beweegmomenten ontwikkelen die passend zijn bij de (senso)motorische ontwikkeling van een kind
  • § kan de activiteiten en begeleiding aanpassen aan de groepssamenstelling, groepsdynamiek en omstandigheden
  • § kan afwisselende werkvormen inzetten en structuur aanbrengen in een dagprogramma
  • § kan het goede voorbeeld geven met betrekking tot bewegen
  • § kan risico's tijdens spel herkennen
  • § kan de (leer)behoefte van kinderen signaleren
  • § kan vanuit verschillende bronnen informatie verzamelen ter verbetering van het activiteitenaanbod
  • § kan communicatievaardigheden inzetten in de organisatie, begeleiding en doorontwikkeling van beweeg(leer)momenten in
  • samenwerking met collega's en afstemming met ouders

Werkprocessen (3)

D1-K1-W1 Ontwikkelt ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar stelt een dagprogramma op dat de cognitieve ontwikkeling en het (buiten) bewegen van kinderen gedurende de dag stimuleert door het organiseren van verschillende soorten activiteiten. De beginnend beroepsbeoefenaar kiest en/of ontwikkelt beweegmomenten om de ontwikkeling en de fysieke en het emotionele welzijn van kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar te bevorderen. De beginnend beroepsbeoefenaar kiest en/of ontwikkelt beweegactiviteiten die gericht zijn op risicovol spel voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 13 jaar. De beginnend D1-K1-W1: Ontwikkelt ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten beroepsbeoefenaar kiest en/of ontwikkelt beweeg-leermomenten. Dit zijn momenten waarin het leren van cognitieve kennis en vaardigheden als taal en (voorbereidend) rekenen samen worden gevoegd met bewegen voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 13 jaar. De bewegingen ondersteunen het brein bij het leren van deze cognitieve kennis en vaardigheden. Voor jonge kinderen (2-4 jaar) ligt de focus op het stimuleren van de voorwaardelijke vaardigheden voor schoolrijpheid. De beginnend beroepsbeoefenaar stemt de (risicovolle) beweeg(leer)momenten af op de doelgroep in afstemming met de collega’s.

Resultaat

De beginnend beroepsbeoefenaar heeft een ontwikkelingsgericht en risicovol beweeg(leer)programma opgesteld, waarmee kinderen voldoende bewegen, zich breed ontwikkelen, en waarmee de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van kinderen worden vergroot.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • organiseert een afgestemd, ontwikkelingsgericht en risicovol, dagelijks beweeg(leer)programma, waarbij de cognitieve,
  • grondmotorische eigenschappen, zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen worden gestimuleerd
  • stemt de beweeg(leer)momenten (spelvormen, handelingsvormen, beweegvormen) adequaat af op het ontwikkelingsniveau van
  • het kind/de groep kinderen
  • integreert op adequate wijze de (voorwaarden voor) leerlijnen/ontwikkellijnen voor taal en (voorbereidend) rekenen in beweeg-
  • leermomenten
  • formuleert een onderbouwde visie omtrent risicovol spel, rekening houdend met de visie van de organisatie
  • biedt autonome, risicovolle beweegmomenten aan, die kinderen de ruimte geven om op hun eigen manier te bewegen
  • bereidt effectief en passende (risicovolle) beweeg(leer)momenten voor en houdt hierbij rekening met de risicocompetentie van
  • kinderen en het beleid en de visie van de organisatie
  • kiest geschikte en vindingrijke materialen
  • stemt de ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten effectief af met collega's
  • De onderliggende competenties zijn: Beslissen en activiteiten initiëren, Begeleiden, Samenwerken en
  • overleggen, Vakdeskundigheid toepassen, Materialen en middelen inzetten, Op de behoeften en verwachtingen van de "klant"
  • richten, Plannen en organiseren
Onderliggende competenties
Begeleiden Beslissen en activiteiten initiëren Materialen en middelen inzetten Op de behoeften en verwachtingen van de "klant" richten Plannen en organiseren Samenwerken en overleggen Vakdeskundigheid toepassen
D1-K1-W2 Voert ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten uit
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar voert een ontwikkelingsgericht en risicovol beweeg(leer)programma uit. De beginnend beroepsbeoefenaar geeft instructies aan de kinderen om de beweeg(leer)activiteit uit te voeren en begeleidt de kinderen tijdens de activiteit. De beginnend beroepsbeoefenaar speelt in op de behoefte van het kind/de groep, houdt rekening met leer- /ontwikkellijnen en differentieert in diens manier van instrueren en begeleiden. De beginnend beroepsbeoefenaar stemt de uitvoering van de beweeg(leer)activiteiten af met collega’s.

Resultaat

De beginnend beroepsbeoefenaar heeft ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten uitgevoerd.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • maakt effectief gebruik van materialen en de buitenruimte
  • biedt op maat instructie en begeleiding rondom de risicovolle beweeg(leer)momenten op basis van de (leer)behoefte van het
  • kind en/of de groep
  • begeleidt de kinderen op een passende en pedagogische manier tijdens de beweeg(leer)momenten
  • past de interventieladder adequaat toe bij het maken van een keuze om in te grijpen bij risicovol spel
  • grijpt en creëert op natuurlijke, adequate en effectieve manieren kansen om risicovol spel te stimuleren
  • stemt de beweeg(leer)momenten effectief af en werkt samen met collega's
  • maakt opvattingen over risicovol spel op een professionele manier met ouders bespreekbaar
  • D1-K1-W2: Voert ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten uit
  • De onderliggende competenties zijn: Beslissen en activiteiten initiëren, Begeleiden, Samenwerken en
  • overleggen, Vakdeskundigheid toepassen, Materialen en middelen inzetten, Op de behoeften en verwachtingen van de "klant"
  • richten
Onderliggende competenties
Begeleiden Beslissen en activiteiten initiëren Materialen en middelen inzetten Op de behoeften en verwachtingen van de "klant" richten Samenwerken en overleggen Vakdeskundigheid toepassen
D1-K1-W3 Evalueert ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar evalueert de ontwikkeling en uitvoering van de ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten. De beginnend beroepsbeoefenaar gaat hierbij procesmatig te werk en evalueert op product-, proces- en belevingsniveau. Productevaluatie gaat over het motorische of ontwikkelingsdoel, procesevaluatie gaat over hoe de uitvoering heeft plaatsgevonden, belevingsevaluatie gaat over hoe de kinderen, de beroepsbeoefenaar en de collega’s de ervaring vonden. De beginnend beroepsbeoefenaar betrekt in de evaluatie, naast de eigen bevindingen, ook de feedback van collega’s en de doelgroep en formuleert tot slot verbeterpunten.

Resultaat

De beginnend beroepsbeoefenaar heeft het ontwikkelde en uitgevoerde programma van ontwikkelingsgerichte en risicovolle beweeg(leer)momenten geëvalueerd op product-, proces- en belevingsniveau en heeft verbeterpunten geformuleerd.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • evalueert de beweeg(leer)momenten adequaat op product-, proces- en belevingsniveau
  • evalueert volledig op de beweeg(leer)momenten door feedback vanuit verschillende bronnen mee te nemen (zoals collega’s en de
  • doelgroep)
  • formuleert één of meerdere concrete en relevante verbeterpunten
  • bespreekt de uitkomst van de evaluatie en de verbeterpunten effectief en correct met collega’s
  • De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Vakdeskundigheid toepassen, Onderzoeken, Analyseren
  • 7 van 7
Onderliggende competenties
Analyseren Onderzoeken Samenwerken en overleggen Vakdeskundigheid toepassen

Welke scholen geven dit?

Top 2 scholen op aantal studenten dat dit keuzedeel koos.

School Studenten Opleidingen
Aventus 22 3
Yonder 7 1

Welke opleidingen kunnen dit kiezen?

Geen actieve koppelingen in SBB-data.

Heb jij dit keuzedeel gegeven?

Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.

Stel mij op de hoogte (Release 2)