Interprofessioneel samenwerkenvoor cliënten met eenverstandelijke beperking
Sterren meten populariteit, niet kwaliteit.
We rangschikken keuzedelen binnen dezelfde groep (zelfde niveau + zelfde aard, bv "Verdiepend op niveau 4").
- Top 5% → ★★★★★
- Top 25% → ★★★★
- Top 50% → ★★★
- Top 75% → ★★
- Rest → ★
- <20 studentkeuzes → geen sterren
Score = 40% volume + 30% breedte + 30% conversie.
Bron: DUO MK11-peildatum 2025-11-25. Een keuzedeel met weinig sterren is niet automatisch slecht — het kan nieuw of niche zijn.
Zelf bouwen of inkopen?
Beschikbaar bij
Nog geen aanbieder bekend bij ons voor dit keuzedeel.
Mogelijk leveren een of meer van onze 4 bekende aanbieders (Boom, Savantis, Uitgeversgroep, All You Can Learn) dit keuzedeel ook — we hebben hun volledige aanbod nog niet gekoppeld. Bekijk alle aanbieders →
Algemene informatie
Beschrijving van het keuzedeel
Relevantie
Toelichting
Uitwerking
1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.
D1-K1
Interprofessioneel samenwerken
4 werkprocessen
· 47 kennis/vaardigheden
▼
Complexiteit
De beginnend beroepsbeoefenaar voert zijn werkzaamheden uit binnen een interprofessioneel team rondom de cliënt met een verstandelijke beperking. Dit betekent dat hij niet alleen moet kunnen samenwerken binnen een team bestaande uit collega’s van verschillende disciplines, maar ook met betrokkenen uit het directe netwerk van de cliënt, zoals bijvoorbeeld de huisarts, chirurg, fysiotherapeut en ergotherapeut. Binnen dit interprofessionele team moet hij zijn eigen expertise kunnen inbrengen ten gunste van de zorg voor een goede kwaliteit van leven van de cliënt. De beginnend beroepsbeoefenaar werkt met cliënten die een complexe zorg- en ondersteuningsvraag hebben. In zijn dagelijkse werkzaamheden moet hij rekening houden met de effecten van wederzijdse beïnvloeding van de verschillende beperkingen en gezondheidsproblemen bij de cliënt. Hiervoor heeft hij geïntegreerde kennis en vaardigheden nodig, dat wil zeggen integratie van kennis en kunde op (para)medisch, somatisch, psychologisch, gedragsmatig en sociaal gebied. Het werken met een grote diversiteit aan collega’s, cliënten met een verstandelijke beperking en hun netwerk vraagt van de beroepsbeoefenaar dat hij kan communiceren op uiteenlopende niveaus. Bij cliënten heeft hij daarbij ook te maken met het inschatten van de belevingswereld en de verschillende ontwikkelingsniveaus. Om goed in contact te staan moet hij zich blijvend verdiepen in de cliënten waarmee hij werkt, het netwerk van de cliënt en de disciplines waarmee hij samenwerkt.
Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
De beginnend beroepsbeoefenaar is verantwoordelijk voor zijn eigen bijdrage aan het ondersteuningsplan van de cliënt met een verstandelijke beperking. Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken die hem (in overleg) toebedeeld worden. De verschillende taken voert hij zelfstandig of in samenwerking met collega’s van het interprofessionele team uit. Hij kan bij vragen terugvallen op de expertise van collega’s en/of een verantwoordelijke.
Vakkennis en vaardigheden
De beginnend beroepsbeoefenaar:
- § heeft brede kennis van de expertise van professionals van andere disciplines en vanuit het sociale netwerk van cliënten met
- een verstandelijke beperking ten behoeve van hun ondersteuning
- § heeft brede kennis van het eigen ethisch kompas, dat van de organisatie en het interprofessionele team
- § heeft brede kennis van een interprofessioneel ondersteuningsplan
- § heeft brede kennis van het methodisch opzetten van acties passend bij een ondersteuningsplan
- § heeft brede kennis van het delen van kennis binnen een interprofessioneel team
- § heeft brede kennis van samenwerking in de triade
- § heeft brede kennis van positieve gezondheid, kwaliteit van bestaan, leefstijl en participatie
- § heeft brede kennis van cliënten met een verstandelijke beperking
- § heeft brede kennis van onderliggende oorzaken van probleemgedrag bij cliënten met een verstandelijke beperking
- § heeft brede kennis van een complexe zorg- en ondersteuningsbehoefte van cliënten met een verstandelijke beperking
- § heeft brede kennis van het model International Classification of Functioning (ICF model)
- § heeft brede kennis van het effect van factoren in en rond een cliënt met een verstandelijke beperking op het dagelijks
- functioneren
- § heeft brede kennis van het directe netwerk van de cliënt met een verstandelijke beperking
- § heeft brede kennis van mogelijke interventies in de communicatie met cliënten met een verstandelijke beperking
- § heeft brede kennis van verbale en non-verbale communicatie met cliënten
- § heeft brede kennis van gespreksvaardigheden in de communicatie met collega’s
- § heeft brede kennis van sociale vaardigheden binnen een professionele omgeving
- § heeft brede kennis van observatietechnieken
- § heeft brede kennis van conflicthantering binnen een professionele omgeving
- § heeft brede kennis van conflicthantering in het contact met cliënten met een verstandelijke beperking
- § heeft brede kennis van het geven en ontvangen van feedback
- § heeft brede kennis van (zelf)reflectie
- § heeft brede kennis van informatie- en communicatietechnologie die kan worden ingezet in de communicatie met cliënten
- met een verstandelijke beperking
- § kan de waarde van de aanwezige expertise binnen het behandelteam en het sociale netwerk t.a.v. de cliënt met een
- verstandelijke beperking benoemen
- § kan de toegevoegde waarde van de eigen expertise binnen het interprofessionele team benoemen
- § kan samenwerken met diverse disciplines binnen een interprofessioneel team
- D1-K1: Interprofessioneel samenwerken
- § kan verbeteringen aangeven die ten goede komen van het functioneren van het interprofessionele team
- § kan een bijdrage leveren vanuit de eigen expertise aan het interprofessionele ondersteuningsplan
- § kan het interprofessionele ondersteuningsplan verrijken met een eigen actieplan
- § kan eigen visie en gedachten helder verwoorden
- § kan de eigen bijdrage benoemen in een triade
- § kan theoretische concepten als positieve gezondheid, kwaliteit van bestaan, leefstijl, participatie en triade een plaats
- geven in het ondersteuningsplan
- § kan oorzaken bedenken voor probleemgedrag bij cliënten met een verstandelijke beperking
- § kan cliënten met een verstandelijke beperking voorzien van hun dagelijkse complexe zorg en ondersteuningsbehoefte,
- passend bij het eigen takenpakket
- § kan in zijn communicatie aansluiten bij het niveau en de belevingswereld van de cliënt
- § kan informatie- en communicatietechnologie inzetten in de communicatie met cliënten met een verstandelijke beperking
- § kan op professionele wijze omgaan met conflicten binnen een team
- § kan opvolging geven aan feedback
- § kan (zelf)reflectie toepassen op professionele situaties
- § kan leerdoelen formuleren op hiaten in de eigen expertise
Werkprocessen (4)
D1-K1-W1 Levert een bijdrage aan het interprofessionele ondersteuningsplan ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar werkt samen binnen een interprofessioneel team en met het netwerk rondom de cliënt met een verstandelijke beperking. Hij kent en erkent de toegevoegde waarde van elke discipline en lid van het netwerk, inclusief zijn eigen discipline. Hij levert een bijdrage tot en aan een geïntegreerd ondersteuningsplan waarin tot uiting komt hoe de verschillende hulpverleners waarmee de cliënt te maken krijgt deze optimaal kunnen ondersteunen. In de samenwerking is hij zich bewust van optredende ethische dilemma’s en benoemt deze indien nodig binnen de interprofessionele samenwerking.
Resultaat
Er is een bijdrage geleverd aan het interprofessioneel ondersteuningsplan. Ethische dilemma’s zijn benoemd.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- communiceert doelgericht
- stemt nauwkeurig af op de wensen en behoeften van de cliënt met een verstandelijke beperking en diens netwerk
- benoemt op adequate wijze ethische dilemma’s
- geeft ruimte aan de inbreng van een ander en neemt deze serieus
- staat open voor feedback van en geeft zelf op constructieve wijze feedback aan leden van het interprofessionele team en het
- netwerk rond de cliënt met een verstandelijke beperking
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Ethisch en integer handelen, Vakdeskundigheid
- toepassen, Omgaan met verandering en aanpassen, Met druk en tegenslag omgaan
Onderliggende competenties
D1-K1-W2 Stelt een eigen actieplan bij het interprofessioneel ondersteuningsplan op ▼
Omschrijving
Uitgaande van het interprofessionele ondersteuningsplan werkt de beginnend beroepsbeoefenaar een eigen onderliggend plan met acties uit en stemt deze af op de wensen en de behoeften van de cliënt met een verstandelijke beperking en diens netwerk. Hij maakt daarbij gebruik van diagnostiek, bestaande procedures en/of richtlijnen en professionele creativiteit. Hij stimuleert met zijn acties gezond gedrag, gezonde leefstijl en participatie en draagt bij aan een goede interprofessionele ondersteuning aan de cliënt. De beginnend beroepsbeoefenaar bekijkt of aanvullende acties passen binnen de financiële mogelijkheden, beperkingen, visie en uitgangspunten van de organisatie en bespreekt dit met betrokkenen. Als het eigen actieplan aanleiding geeft voor aanpassing van het interprofessionele ondersteuningsplan deelt hij/zij dit met betrokkenen.
Resultaat
D1-K1-W2: Stelt een eigen actieplan bij het interprofessioneel ondersteuningsplan op Het eigen actieplan is passend bij de mogelijkheden uitgewerkt. De aansluiting op het ondersteuningsplan is met de betrokkenen besproken en indien noodzakelijk zijn aanpassingen in het ondersteuningsplan gemaakt.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- analyseert het interprofessionele ondersteuningsplan en aanvullende informatie nauwkeurig
- brengt op adequate wijze de wensen en behoeften van de cliënt met een verstandelijke beperking in kaart
- voegt effectieve acties toe aan het ondersteuningsplan
- communiceert op gepaste wijze met de cliënt, collega’s en het netwerk van de cliënt
- heeft een open leerhouding
- vertaalt op de juiste manier diagnostiek, bestaande procedures en/of richtlijnen naar verbetervoorstellen of eigen acties
- geeft gedegen toelichting op de acties die uitgevoerd worden binnen het interprofessionele ondersteuningsplan
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Vakdeskundigheid
- toepassen, Analyseren, Onderzoeken, Plannen en organiseren
Onderliggende competenties
D1-K1-W3 Kiest ondersteunende communicatiemethoden en communicatiemiddelen ter opname in het persoonlijk actieplan ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar leert vanuit theorie en praktijk verschillende mogelijkheden kennen om aan te kunnen sluiten bij het niveau en de beleving van de cliënt met een verstandelijke beperking. Hij selecteert diverse gesprekstechnieken (verbaal en non-verbaal) en ondersteunende communicatiemiddelen en neemt deze op in zijn actieplan. De beginnend beroepsbeoefenaar is zich ervan bewust dat leren niet alleen gebeurt via theoretische kennis en instructie, maar ook door anderen te observeren in de praktijk. De beginnend beroepsbeoefenaar gebruikt deze informatie om de behoeften van de cliënt te blijven doorgronden gedurende het traject. Hij leert van andere professies hoe deze communiceren met cliënten met een verstandelijke beperking en complexe zorgvraag. Dit leren doet hij in gesprek maar vooral door observatie. Hij voert aanvullende gesprekken over het geobserveerde om achtergronden te leren kennen.
Resultaat
Communicatiemethoden en -middelen zijn geanalyseerd en geselecteerd. In het eigen actieplan zijn communicatiestijlen en -middelen opgenomen die aansluiten bij het niveau en de beleving van de cliënt.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- observeert collega’s nauwgezet in hun communicatie met cliënten
- observeert cliënten gericht om hun niveau en belevingswereld van dat moment te bepalen
- stemt proactief af of de communicatie aansluit bij de beleving, behoefte en mogelijkheden
- past nieuwe communicatietechnieken toe
- onderbouwt zijn keuze voor communicatieve interventies met passende theorie
- De onderliggende competenties zijn: Vakdeskundigheid toepassen, Materialen en middelen inzetten, Analyseren, Leren, Op de
- behoeften en verwachtingen van de "klant" richten
Onderliggende competenties
D1-K1-W4 Onderzoekt interprofessioneel mogelijke verbeteringen van de kwaliteit van de zorg en ondersteuning ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar toont eigen kwaliteiten in de professionele werkomgeving waar hij deel van uitmaakt. De beginnend beroepsbeoefenaar behandelt als onderdeel van het interprofessionele team vraagstukken gericht op verbetering van de zorg en ondersteuning van cliënten met een verstandelijke beperking. De beginnend beroepsbeoefenaar initieert verbeteringen in werkwijzen en oplossingen voor de zorg en ondersteuning en legt deze voor aan het interprofessionele team. Hij D1-K1-W4: Onderzoekt interprofessioneel mogelijke verbeteringen van de kwaliteit van de zorg en ondersteuning bekijkt elk vraagstuk vanuit het eigen perspectief en benut kennis en kunde. Indien hij constateert dat zijn kennis en kunde tekort schiet, vult hij dit aan door zelfstandig op onderzoek uit te gaan en/of literatuur te raadplegen. Eventueel benut hij andere betrokken professionals. Tenslotte deelt hij zijn perspectief met het interprofessionele team, beantwoordt vragen en leert de perspectieven van teamleden kennen. Vervolgens weegt de beginnend beroepsbeoefenaar samen met het team de verschillende perspectieven af om tot een gezamenlijk gedragen oplossing te komen. Het team verwerkt deze oplossingen in het ondersteuningsplan.
Resultaat
Mogelijke verbeteringen van de kwaliteit van de zorg en ondersteuning aan cliënten zijn interprofessioneel onderzocht en eigen inzichten zijn ingebracht en besproken met het interprofessionele team. Een gezamenlijke oplossing is geformuleerd, wordt uitgevoerd en indien nodig bijgesteld.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- analyseert nauwkeurig het vraagstuk op micro-, meso- en macroniveau
- geeft het onderzoek methodisch vorm
- houdt rekening met stakeholders en relevante organisatie aspecten
- deelt op passende wijze de resultaten
- reflecteert op de eigen rol en resultaten
- zoekt en verwerkt benodigde literatuur op kritische wijze
- presenteert en beschrijft de onderzoeksresultaten in begrijpelijke taal
- waardeert zijn eigen kwaliteiten en van anderen en benut deze kwaliteiten voor de oplossing van het vraagstuk
- gebruikt logische argumentatie om keuzes te onderbouwen
- geeft constructieve feedback
- De onderliggende competenties zijn: Aandacht en begrip tonen, Samenwerken en overleggen, Onderzoeken, Leren, Gedrevenheid
- en ambitie tonen
- 7 van 7
Onderliggende competenties
Welke scholen geven dit?
Top 1 scholen op aantal studenten dat dit keuzedeel koos.
| School | Studenten | Opleidingen |
|---|---|---|
| ROC Alfa-college | 2 | 2 |
Welke opleidingen kunnen dit kiezen?
Geen actieve koppelingen in SBB-data.
Heb jij dit keuzedeel gegeven?
Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.
Stel mij op de hoogte (Release 2)