k keuzedelen.info
K1226 aBS Verbredend 📜 Certificaat 🏛️ Bewezen

Begeleider praktijkleren

240 SBU SBB: voedsel, groen en gastvrijheid 0 opleidingen kunnen dit kiezen
Adoptiescore Hoe werken de sterren?

Sterren meten populariteit, niet kwaliteit.

We rangschikken keuzedelen binnen dezelfde groep (zelfde niveau + zelfde aard, bv "Verdiepend op niveau 4").

  • Top 5% → ★★★★★
  • Top 25% → ★★★★
  • Top 50% → ★★★
  • Top 75% → ★★
  • Rest → ★
  • <20 studentkeuzes → geen sterren

Score = 40% volume + 30% breedte + 30% conversie.

Bron: DUO MK11-peildatum 2025-11-25. Een keuzedeel met weinig sterren is niet automatisch slecht — het kan nieuw of niche zijn.

77 /100
Te weinig data
Volume
462 studenten
Breedte
17 scholen aanbod
Conversie
15 actief gekozen
Berekend uit DUO-data peildatum 2025-11-25. Volume = absolute studentaantallen, Breedte = % aanbiedende scholen, Conversie = % aanbiedingen waar minstens één student het koos.
🤔

Zelf bouwen of inkopen?

🛠 Zelf bouwen
Studielast voor de student is 240 SBU. Reken voor docent-tijd ruwweg 30–60 uur aan voorbereiding, lesmateriaal en toetsing.
Voordeel: volledige controle. Risico: tijd + afhakers.
🤝 Inkopen bij aanbieder
Smallere markt (0 opleidingen) — minder aanbieders maar mogelijk specialisten.
Voordeel: snel + bewezen. Kosten: wisselend.
🛒

Beschikbaar bij

3 aanbieders bieden kant-en-klare content voor dit keuzedeel — klik door voor reviews en aanvragen.

A
All You Can Learn
Online platform · cross-sector
Zorgeloos keuzedelen geven. Van eerste les tot examen.
B
Boom uitgevers
Educatieve uitgever
Samen maken we werk van onderwijs.
S
Savantis
Specialist · vakmanschap
Compleet aanbod lesmateriaal voor keuzedelen mbo.

Bron: openbare aanbod-overzichten van de aanbieders zelf. Mist hier een aanbieder die dit keuzedeel ook levert? Vraag hier of de aanbieder een verbetering aan via hun pagina.

Algemene informatie

Beschrijving van het keuzedeel

In dit keuzedeel leert de beginnend beroepsbeoefenaar hoe je een stagiair of (nieuwe) medewerker kunt begeleiden op de werkvloer. Hij zorgt ervoor dat de het ontwikkelingsproces transparant is, dat er voldoende gecommuniceerd wordt met de 3 van 8 D1: Begeleider praktijkleren medewerker en zijn netwerk, en hoe de stagiair of (nieuwe) medewerker eigenaar blijft van het eigen ontwikkel-/leerproces. Hij zet didactiek, pedagogiek, gesprekstechnieken in en vormt zich een juiste houding om de ander te kunnen laten ontwikkelen. De beginnend beroepsbeoefenaar leert: hoe je een begeleidingsperiode opstart, doorloopt en afsluit, doelen opstelt, bespreekt en bewaakt, te reflecteren op het eigen gedrag, onder andere door dit te evalueren met de (nieuwe) medewerker of stagiair. * voor de leesbaarheid is gekozen om de stagiairs of (nieuwe) medewerkers te beschrijven in enkelvoud, maar deze kunt u in de uitwerking ook zien als meervoud. ** waar medewerker staat kun je ook stagiair lezen of (nieuwe) medewerker. *** ten behoeve van de leesbaarheid is voor de beginnend beroepsbeoefenaar en de medewerker de aanspreekvorm ‘hij of hem’ gekozen, maar u kunt hier ook ‘zij of haar’ lezen. **** in het keuzedeel wordt gesproken over het netwerk van de medewerker. Deze is per individu verschillend en vult u in wat van toepassing is. U kunt denken aan: leidinggevende, docent, mentor, buddy, hr, opdrachtgever.

Relevantie

Het leren in de praktijk is een waardevol middel om stagiaires en/of lerende medewerkers de contextspecifieke vaardigheid en vakinhoud aan te bieden. Door te kijken bij collega’s en door te werken in de nabijheid van collega's, worden zij direct aangestuurd op een wenselijke attitude/houding en uitvoering van de werkzaamheden.

Toelichting

Elk bedrijf in elke sector die (nieuwe) medewerkers of stagiaires opleidt, kan een begeleider praktijkleren inzetten voor de begeleiding op de werkvloer, om de voortgang te bewaken en ontwikkelingsresultaten te behalen. Elk bedrijf geeft een andere invulling aan de rol van de begeleider praktijkleren. Binnen bedrijven hebben zij de rol werkbegeleider, leermeester, stagebegeleider of praktijkopleider. De context bepaalt de invulling van de rol begeleider praktijkleren, maar voor elke context geldt dat het takenpakket zowel uitvoerend, coördinerend en faciliterend van aard is, en gericht op het begeleiden door optimaal aan te sluiten bij de leerbehoefte van de (nieuwe) medewerkers of stagiaires. De begeleider praktijkleren zorgt voor de fysieke, sociale en emotionele veiligheid van de (nieuwe) medewerkers of stagiaires en gaat integer en empathisch met hen om. De begeleider heeft rust en ruimte nodig om begeleiding te kunnen bieden: om tijd en aandacht te geven aan de (nieuwe) medewerker of stagiair, om te luisteren en te kijken naar hem, hem los te laten en/of te kunnen remmen. Er zijn sectorale aanvullingen opgenomen om de kwaliteit te borgen van voldoende en deskundige begeleiding. Deze zijn opgenomen in de bijlage van het erkenningsreglement leerbedrijven SBB: Sectorale aanvullingen erkenningsregeling leerbedrijven
Studielast
240 SBU
Aard
Verbredend
Certificaat
Ja
Beroepsvereisten
Nee
Branchevereisten
Nee
Gevalideerd
11-03-2021
Sectorkamer
voedsel, groen en gastvrijheid
Bron
SBB-PDF →

Uitwerking

1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.

D1-K1
Begeleiden van (nieuwe) medewerkers of stagiairs
5 werkprocessen · 38 kennis/vaardigheden

Complexiteit

De beginnend beroepsbeoefenaar werkt op uitvoerend en faciliterend niveau binnen zijn werkgebied, afdeling, locatie en deskundigheidsgebied. De werkzaamheden zijn wisselend van aard: beleidsmatig, belangenbehartiger, organisator, stimulator, coördinator of kwaliteitsbewaker. Alles is erop gericht om optimaal aan te sluiten bij de leerbehoefte van de medewerker en de optimale condities te creëren, zodat de medewerker zich kan ontwikkelen. De beginnend beroepsbeoefenaar beschikt over kennis en praktische vaardigheid om de medewerker te ontvangen, begeleiden, coachen en beoordelen. De medewerker die hij begeleidt brengt zijn eigen werkopvatting, interesse, motivatie, capaciteit en betrokkenheid mee. Dit maakt dat hij geen standaardprocedure kan inzetten, maar de medewerker volgt in zijn ontwikkelingstempo en -behoefte.

Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

De beginnend beroepsbeoefenaar is verantwoordelijk voor de eigen werkzaamheden en is medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van de medewerker. De beginnend beroepsbeoefenaar voert zijn taken zelfstandig uit en ontvangt begeleiding op de begeleiding van de medewerker van zijn collega’s en/of leidinggevende. Bij complexe vragen of situaties schakelt hij het netwerk van de medewerker in.

Vakkennis en vaardigheden

De beginnend beroepsbeoefenaar:

  • § heeft kennis van begeleidingsinstrumenten en introductieplannen
  • § heeft kennis van beoordelingscriteria/-methodiek/-formulieren/-instrumenten
  • § heeft kennis van bewijsmaterialen beoordelen, observaties rapporteren, beoordelingen formuleren
  • § heeft kennis van de afdeling, het bedrijf/de organisatie, bedrijfscultuur en de
  • doelgroep/gasten/klanten/cliënten/zorgvragers
  • § heeft kennis van de branche, arbeidsmarkt, beroepsonderwijs en de ontwikkelingen in het werkveld
  • § heeft kennis van de opleiding/het traject van de specifieke sector
  • § heeft kennis van de relatie tussen de begrippen waarnemen, observeren en beoordelen
  • § heeft kennis van didactiek en pedagogiek
  • § heeft kennis van ethiek, integriteit en empathie
  • § heeft kennis van instructies geven, motiveren, stimuleren en inspireren
  • § heeft kennis van leerplannen, leervragen, leeractiviteiten en planningen
  • § heeft kennis van leiderschapstijlen, begeleidingsstijlen, begeleidingsmethoden, begeleidingstechnieken en coaching
  • § heeft kennis van observatietechnieken
  • § heeft kennis van ontwikkelingswensen/-behoeften
  • § heeft kennis van reflecteren en evalueren
  • § heeft kennis van sociale, emotionele en fysieke veiligheid
  • § heeft kennis van subjectiviteit en objectiviteit
  • § heeft kennis van summatief en formatief beoordelen
  • § heeft kennis van valkuilen en kwaliteiten
  • § heeft kennis van verbale en non-verbale communicatie
  • § heeft kennis van werven en selecteren
  • § heeft kennis van zelfreflectie en zelfsturing
  • § heeft kennis van zichzelf en de eigen ontwikkeling
  • § heeft specialistische kennis van de criteria waarop de voortgang van de medewerker wordt beoordeeld
  • § kan begeleiding aanpassen aan de leerstijl en/of leerbehoefte
  • § kan conclusies verbinden aan beoordelingen op basis van observaties
  • § kan een bedrijfsprofiel maken
  • § kan feedback en feedforward en complimenten geven en vragen
  • § kan gesprekstechnieken toepassen
  • § kan het effect op de medewerker van het eigen functioneren in kaart brengen
  • § kan hoofdzaken van bijzaken onderscheiden
  • § kan leergesprekken voeren
  • § kan methodisch werken
  • § kan professionele en persoonlijke leerdoelen opstellen
  • § kan verwachtingen uitspreken en uitvragen
  • § kan voortgangs-/begeleidings-/functionerings-/planningsgesprekken, een start- en/of kennismakingsgsprek en evaluatie-
  • /afsluitingsgesprek voeren

Werkprocessen (5)

D1-K1-W1 Bereidt zich voor op de kennismakingsperiode en stelt de beginsituatie vast
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar hoort van leidinggevende/collega wie hij een periode zal begeleiden. Hij laat zich informeren en stemt de details af. Hij bereidt zich voor op de komst of van de medewerker aan de hand van een vooraf aangeleverd introductieplan of stelt zelf een introductieplan samen. Hij maakt een bedrijfsprofiel, verdiept zich in het opleidings- /trainingstraject, de eisen van de opleiding/scholing en achtergrond van de medewerker, zodat hij zich een beeld vormt van de inhoudelijke begeleiding. Hij zorgt voor of controleert de aanwezigheid van eventuele materialen, gereedschappen, sleutels of andere toegangsmiddelen en/of kleding van de medewerker. Hij voert een start- of kennismakingsgesprek met de medewerker. Hij introduceert het leerbedrijf, de werkzaamheden, de verwachtingen rondom de begeleidingsperiode van de medewerker en zichzelf en stemt de verwachtingen af binnen de mogelijkheden van het leerbedrijf. De beginnend beroepsbeoefenaar inventariseert de beginsituatie, leerstijl en voorkennis van de medewerker, om passende begeleiding te kunnen bieden. Ook maakt hij de nieuwe medewerker wegwijs op de werkvloer en introduceert hem aan de collega’s.

Resultaat

Het start- of kennismakingsgesprek met de medewerker is uitgevoerd. De beginsituatie is in kaart gebracht en de verwachtingen van de begeleidingsperiode zijn besproken.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • gebruikt heldere taal met passende woordkeuze afgestemd op de medewerker
  • reageert adequaat op uitingen en vraagt door voor een juist begrip
  • controleert regelmatig of hij de medewerker begrijpt en of zijn boodschap wordt begrepen
  • organiseert eigen tijd en tijd van anderen efficiënt en effectief
  • schept een realistisch beeld van het leerbedrijf en de werkzaamheden
  • houdt zich aan de waarden en normen van het leerbedrijf
  • De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Ethisch en integer handelen, Aandacht en begrip
  • tonen, Relaties bouwen en netwerken
Onderliggende competenties
Aandacht en begrip tonen Ethisch en integer handelen Relaties bouwen en netwerken Samenwerken en overleggen
D1-K1-W2 Stelt de leeractiviteiten vast en maakt een planning
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar adviseert en ondersteunt de medewerker bij het opstellen van zijn leerplan. Hij bevraagt de medewerker op zijn ontwikkelingswensen en leervragen. Hij helpt de medewerker bij het formuleren van de persoonlijke en professionele leerdoelen en beoordeelt het opgestelde leerplan op haalbaarheid, uitvoerbaarheid en meetbaarheid. Hij houdt rekening met de eisen en verwachtingen van de scholings-/onderwijsinstelling en controleert of ze aansluiten op de ontwikkelbehoefte en capaciteiten van de medewerker. De beginnend beroepsbeoefenaar stelt met de medewerker de leeractiviteiten vast en maakt afspraken hoe ze uit te voeren zijn in het leerbedrijf. De beginnend beroepsbeoefenaar en de medewerker nemen de leeractiviteiten op in een planning.

Resultaat

Het leerplan, de leerdoelen en leeractiviteiten zijn vastgesteld. Er is een planning gemaakt.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • ondersteunt functioneel tot het verwoorden van input/ideeën van de medewerker
  • bespreekt constructief of de leerdoelen haalbaar en meetbaar zijn
  • brengt de ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de lerende nauwkeurig in kaart,
  • overlegt helder met de medewerker welke leeractiviteiten uitgevoerd worden
  • rapporteert nauwkeurig de relevante informatie/afspraken in een planning
  • De onderliggende competenties zijn: Plannen en organiseren, Samenwerken en overleggen, Relaties bouwen en
  • netwerken, Analyseren, Begeleiden
Onderliggende competenties
Analyseren Begeleiden Plannen en organiseren Relaties bouwen en netwerken Samenwerken en overleggen
D1-K1-W3 Begeleidt de stagiairs of (nieuwe) medewerkers
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar sluit aan bij de beginsituatie, leerstijl, leer- en begeleidingsbehoefte van de medewerker en laat hem steeds meer zelfstandig, verantwoordelijk en/of omvangrijker de werkzaamheden uitvoeren. De beginnend beroepsbeoefenaar begeleidt de medewerker in de werkzaamheden door uit te leggen, voor te doen, mee te kijken en creëert leergesprekken door het stellen van vragen. Hij stimuleert ontwikkeling op gebied van vakkennis, vaardigheid, in houding en gedrag door: het geven van instructies, uitleg, feedback, complimenten en te reflecteren op situaties en kritische vragen te stellen. Ook voert de beginnend beroepsbeoefenaar regelmatig voortgangsgesprekken met de medewerker waar de ontwikkeling rondom de leerdoelen, leeractiviteiten en de (mate van) begeleiding centraal staat. Hij gebruikt onder andere de observaties als input voor de gesprekken en stemt ze af. Indien nodig stellen zij het leerplan, de planning en mate van begeleiding bij. De beginnend beroepsbeoefenaar stemt de ontwikkelingen van de medewerker en/of de verbeterpunten van de begeleiding en wat mogelijke vervolgacties zijn af met de medewerker en zijn netwerk.

Resultaat

De medewerker heeft begeleiding op de werkvloer ontvangen. De voortgangsgesprekken zijn uitgevoerd. Het leerplan en/of de planning zijn up-to-date. De voortgang van de medewerker is besproken met hem en zijn netwerk.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • draagt kennis en expertise begrijpelijk en inspirerend over
  • geeft tijdig en in een veilige omgeving constructieve feedback en/of feedforward
  • handelt uitnodigend tot het inbrengen van eigen opvattingen, ideeën en tot het stellen van vragen
  • reageert adequaat op verbale en non-verbale signalen
  • stimuleert de medewerker regelmatig tot zelfreflectie en/of zelfsturing
  • geeft relevante informatie aan (het netwerk van) de medewerker
  • De onderliggende competenties zijn: Aansturen, Begeleiden, Aandacht en begrip tonen, Ethisch en integer handelen
Onderliggende competenties
Aandacht en begrip tonen Aansturen Begeleiden Ethisch en integer handelen
D1-K1-W4 Beoordeelt de voortgang van de stagiairs of (nieuwe) medewerkers
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar stemt met de medewerker af wanneer hij zal observeren. Hij legt uit waar hij op let, bespreekt de randzaken tijdens de observatie en wat het doel is van de observatie. Hij bepaalt de beoordelingsinstrumenten en voert de observatie uit tijdens een leeractiviteit. Hij neemt de medewerker waar op het gebied van vakkennis, vaardigheid, in houding en gedrag. De beginnend beroepsbeoefenaar registreert de observatie. De beginnend beroepsbeoefenaar plaatst de observaties naast de beginsituatie/vorige resultaten en leerdoelen en bepaalt in hoeverre de leerdoelen zijn behaald en waar de komende periode de aandacht naar toe zal gaan.

Resultaat

De observaties zijn uitgevoerd. De voortgangsresultaten zijn geanalyseerd en vastgelegd.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • stemt helder het observatiemoment af met de medewerker
  • rapporteert observaties bondig, volledig en objectief
  • zorgt voor een rustige omgeving/veilig klimaat
  • geeft een betrouwbare waardering aan de ontwikkeling
  • De onderliggende competenties zijn: Ethisch en integer handelen, Formuleren en rapporteren, Vakdeskundigheid
  • toepassen, Instructies en procedures opvolgen, Begeleiden
Onderliggende competenties
Begeleiden Ethisch en integer handelen Formuleren en rapporteren Instructies en procedures opvolgen Vakdeskundigheid toepassen
D1-K1-W5 Reflecteert op en evalueert de begeleidingsperiode en sluit deze af
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar voert aan het eind van de begeleidingsperiode een afrondingsgesprek. Hij verzamelt daarvoor alle relevante gegevens over de uitvoering en de behaalde resultaten van de medewerker. Hij bespreekt met de medewerker de nabije arbeidstoekomst en wat eventuele leerdoelen hierin zijn. De beginnend beroepsbeoefenaar vraagt aan de medewerker hoe hij de begeleiding heeft ervaren. Hij bespreekt zijn bijdrage en het effect van zijn handelen op de ontwikkeling van de medewerker. Samen achterhalen ze wat werkte in de begeleiding, waarom en wat beter kon. De beginnend beroepsbeoefenaar neemt afscheid van de medewerker of sluit formeel de begeleidingsperiode af. De beginnend beroepsbeoefenaar sluit de begeleidingsperiode af met het netwerk van de medewerker en vraagt eventueel feedback over zijn begeleiding. De beginnend beroepsbeoefenaar reflecteert op het eigen handelen en bepaalt wat zijn sterke kanten zijn, wat verbeterpunten zijn en formuleert leerdoelen en bepaalt eventuele acties.

Resultaat

Het afrondingsgesprek is uitgevoerd met de medewerker en zijn netwerk. De medewerker heeft feedback ontvangen en gegeven. De beginnend beroepsbeoefenaar heeft gereflecteerd op de begeleiding aan de medewerker.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • past effectieve methode(n) toe bij het verzamelen van evaluatiegegevens
  • vraagt actief en doelgericht naar de mening van medewerker/netwerk van de medewerker
  • luistert aandachtig en open naar wat de ander naar voren brengt
  • trekt uit gegevens de belangrijkste conclusies
  • formuleert realistische leerdoelen voor eigen ontwikkeling op gebied van begeleiden van medewerkers
  • De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Formuleren en rapporteren, Aandacht en begrip
  • tonen, Analyseren, Onderzoeken, Leren
  • 8 van 8
Onderliggende competenties
Aandacht en begrip tonen Analyseren Formuleren en rapporteren Leren Onderzoeken Samenwerken en overleggen

Welke scholen geven dit?

Top 10 scholen op aantal studenten dat dit keuzedeel koos.

Welke opleidingen kunnen dit kiezen?

Geen actieve koppelingen in SBB-data.

Heb jij dit keuzedeel gegeven?

Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.

Stel mij op de hoogte (Release 2)