Interprofessioneel samenwerkenin kindberoepen
Sterren meten populariteit, niet kwaliteit.
We rangschikken keuzedelen binnen dezelfde groep (zelfde niveau + zelfde aard, bv "Verdiepend op niveau 4").
- Top 5% → ★★★★★
- Top 25% → ★★★★
- Top 50% → ★★★
- Top 75% → ★★
- Rest → ★
- <20 studentkeuzes → geen sterren
Score = 40% volume + 30% breedte + 30% conversie.
Bron: DUO MK11-peildatum 2025-11-25. Een keuzedeel met weinig sterren is niet automatisch slecht — het kan nieuw of niche zijn.
Zelf bouwen of inkopen?
Beschikbaar bij
Nog geen aanbieder bekend bij ons voor dit keuzedeel.
Mogelijk leveren een of meer van onze 4 bekende aanbieders (Boom, Savantis, Uitgeversgroep, All You Can Learn) dit keuzedeel ook — we hebben hun volledige aanbod nog niet gekoppeld. Bekijk alle aanbieders →
Algemene informatie
Beschrijving van het keuzedeel
Relevantie
Toelichting
Uitwerking
2 kerntaaken, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.
D1-K1
Werken vanuit een professionele identiteit
3 werkprocessen
· 13 kennis/vaardigheden
▼
Complexiteit
De beginnend beroepsbeoefenaar ondersteunt in samenwerking met verschillende professionele disciplines de algehele ontwikkeling van het kind (0-14 jaar). De complexiteit van zijn werkzaamheden zit onder andere in het schakelen tussen individuele kinderen, groepen kinderen en de grote diversiteit aan professionals rondom het kind. Er is een behoorlijke dynamiek in werkzaamheden, waardoor de beroepsbeoefenaar steeds op zoek moet naar zijn rol; soms is die actief in de samenwerking en soms wat minder. In de interprofessionele samenwerking wordt niet alleen van hem verwacht dat hij opvallende zaken in de ontwikkeling van een kind ter sprake brengt bij de juiste professional, maar ook meedenkt over en -werkt aan passende ondersteuningsbehoeften voor het kind. Om dit te kunnen heeft hij niet alleen kennis nodig van de professionals rondom het kind, maar ook van de toegevoegde waarde van zijn eigen professionele identiteit. Dit laatste vraagt om een stevige houding. Hij kan omgaan met het complexe gegeven dat hij vanuit een eigen identiteit open dient te staan voor die van anderen en tegelijkertijd anderen daarop kan aanspreken en situaties in dit kader kan oplossen.
Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
De beginnend beroepsbeoefenaar werkt samen met diverse professionals rondom het kind en ouders/vervangende opvoeders. Hij voert zijn taken ofwel zelfstandig uit waarbij hij verantwoordelijk is voor de kwaliteit van zijn eigen werkzaamheden en waarbij hij gedeelde verantwoordelijkheid draagt voor het resultaat van de werkzaamheden die collega's onder zijn regie uitvoeren. In voorkomende situaties voert hij zijn werkzaamheden uit onder regie van een van de omringende professionals of het interprofessionele team. Hij draagt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de werkzaamheden die hij uitvoert.
Vakkennis en vaardigheden
De beginnend beroepsbeoefenaar:
- § heeft brede en specialistische kennis van het ondersteunende netwerk van professionals rondom het kind
- § heeft brede en specialistische kennis van de taken en verantwoordelijkheden van andere professionals in de organisatie en
- rond het kind
- § heeft brede en specialistische kennis van de toegevoegde waarde van de eigen discipline t.o.v. die van andere disciplines
- § heeft brede en specialistische kennis van de context waarbinnen gewerkt wordt en de daar geldende (professionele)
- opvattingen
- § heeft brede en specialistische kennis van het begrip professionele identiteit
- § heeft brede en specialistische kennis van kenmerkende aspecten van de eigen professionele identiteit
- § heeft brede en specialistische kennis van de invloed van de eigen professionele identiteit op het eigen handelen
- § heeft brede en specialistische kennis van de sociale kaart in relatie tot zijn werkzaamheden
- § kan zijn werkzaamheden afstemmen op die van een andere professional
- § kan reflecteren op de eigen toegevoegde waarde in de ontwikkeling van het kind
- § kan reflecteren op de eigen toegevoegde waarde in de samenwerking met andere professionals
Werkprocessen (3)
D1-K1-W1 Verkent en heeft zicht op de eigen professionele identiteit ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar verwerft inzicht in wat het begrip ‘Professionele Identiteit’ inhoudt. Hij verkent zijn eigen professionele identiteit en leert verwoorden wat kenmerkend voor hem is in de manier waarop hij in het werk staat en samenwerkt met andere beroepsgroepen/disciplines in het interprofessioneel leerteam rondom het kind danwel de groep kinderen. Hij is zich bewust van zijn professionele identiteit en presenteert zich als zodanig naar anderen.
Resultaat
De beginnende beroepsbeoefenaar heeft een beeld van de eigen professionele identiteit en de invloed die dit heeft op hoe hij het werk vormgeeft.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- laat in zijn gespreksvoering actief merken wat het begrip professionele identiteit inhoudt
- deelt proactief met anderen wat kenmerkend is voor de eigen professionele identiteit
- D1-K1-W1: Verkent en heeft zicht op de eigen professionele identiteit
- reflecteert ten aanzien van de invloed van de eigen professionele identiteit en de manier waarop hij het werk vormgeeft
- kan op adequate wijze verantwoorden waarvoor hij binnen de eigen discipline verantwoordelijk is
- deelt de eigen vakkennis proactief met anderen
- De onderliggende competenties zijn: Onderzoeken, Leren, Gedrevenheid en ambitie tonen
Onderliggende competenties
D1-K1-W2 Onderzoekt de professionele identiteit van de ander ▼
Omschrijving
De beginnende beroepsbeoefenaar verkent wie de ander is en wat hem of haar uniek maakt als professional. Op die manier ontstaat er een basis om verbinding te maken voor toekomstige samenwerking. Hij verzamelt informatie over de professionele identiteit van de ander en voert een gesprek met de ander om dit te verkennen. Hij gaat het gesprek aan met andere disciplines binnen het interprofessionele leerteam om expertise ven deze professionals te (h)erkennen in de omgeving rondom het kind.
Resultaat
De beginnend beroepsbeoefenaar heeft een beeld van de professionele identiteit van de ander.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- verzamelt doelgericht informatie over de professionele identiteit van de ander
- neemt initiatief tot een gesprek om de professionele identiteit van de ander te verkennen
- selt open vragen om verschillende aspecten van de professionele identiteit van de ander te belichten
- benoemt, redenerend vanuit de kaders van de organisatie, wat kenmerkend is voor de professionele identiteit van de ander
- De onderliggende competenties zijn: Onderzoeken, Leren, Gedrevenheid en ambitie tonen
Onderliggende competenties
D1-K1-W3 Verbindt de verschillende professionale identiteiten met elkaar ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat om zich te verbinden aan de professionele identiteit van de ander. Hij doet dit door de eigen professionele identiteit te delen met de ander, de ander op zijn of haar professionele identiteit te bevragen en op zoek te gaan naar overeenkomsten en verschillen. Deze maakt hij bespreekbaar met de bedoeling de wederzijdse toegevoegde waarde voor de samenwerking in kindberoepen vast te stellen en afspraken te maken over ieders inbreng daarin. Elkaar goed kennen bevordert de samenwerking.
Resultaat
De meerwaarde van beide professionele identiteiten is bekend of in kaart gebracht in er zijn afspraken gemaakt hoe met elkaar wordt samengewerkt.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- maakt op gepaste wijze de eigen professionele identiteit kenbaar aan de ander
- stelt open vragen en vraagt door om de professionele identiteit van de ander te leren kennen
- onderzoekt op gestructureerde wijze de overeenkomsten en verschillen in professionele identiteit tussen zichzelf en de ander
- stelt zich respectvol op naar de ander
- De onderliggende competenties zijn: Onderzoeken, Leren, Gedrevenheid en ambitie tonen
Onderliggende competenties
D1-K2
Interprofessioneel samenwerken vanuit een professionele identiteit
3 werkprocessen
· 15 kennis/vaardigheden
▼
Complexiteit
De beginnend beroepsbeoefenaar beschikt over brede en specialistische kennis en vaardigheden om samen te leren en te werken binnen een interprofessioneel leerteam. Hij gebruikt deze kennis en vaardigheden voor het afstemmen, stimuleren en/of verbeteren van de samenwerking in het belang de ontwikkeling van het kind (0-14 jaar). De complexiteit van zijn werkzaamheden zit voornamelijk in de grote diversiteit aan professionals rondom het kind en het kunnen schakelen tussen de professionals. In de interprofessionele samenwerking wordt niet alleen van hem verwacht dat hij opvallende zaken in de ontwikkeling van een kind ter sprake brengt bij de juiste professional, maar ook meedenkt over en -werkt aan passende ondersteuningsbehoeften voor het kind vanuit zijn eigen discipline. De complexiteit wordt, tenslotte, ook gevormd doordat de beroepsbeoefenaar vertrouwelijk dient om te gaan met informatie en zich steeds afvraagt welke informatie in de samenwerking met anderen gedeeld kan/mag worden en welke niet. Integriteit is van groot belang. Soms is praten goed, soms is ‘laten’ beter.
Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
De beginnend beroepsbeoefenaar werkt samen met diverse professionals rondom het kind en ouders/vervangende opvoeders. Hij voert zijn taken ofwel zelfstandig uit waarbij hij verantwoordelijk is voor de kwaliteit van zijn eigen werkzaamheden en waarbij hij gedeelde verantwoordelijkheid draagt voor het resultaat van de werkzaamheden die collega's onder zijn regie uitvoeren. In voorkomende situaties voert hij zijn werkzaamheden uit onder regie van een van de omringende professionals of het interprofessionele team. Hij draagt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de werkzaamheden die hij uitvoert.
Vakkennis en vaardigheden
De beginnend beroepsbeoefenaar:
- § heeft brede en specialistische kennis van de taken en verantwoordelijkheden van andere professionals binnen en buiten de
- organisatie
- § heeft brede en specialistische kennis van een gezonde ontwikkeling van een kind
- § heeft brede en specialistische kennis van het werken met handelingsplannen
- § heeft brede en specialistische kennis van het vormgeven van interprofessioneel leren en werken
- § kan zijn taken en verantwoordelijkheden afstemmen met een andere professional
- § kan voorstellen doen voor samenwerkingsprojecten
- § kan inhoudelijke voorstellen doen ter ondersteuning van de ontwikkeling van het kind
- § kan bijzonderheden in de ontwikkeling van een kind signaleren
- § kan verschillende bronnen benutten bij het doen van onderzoek
- § kan een casus volgens een vaste routine onderzoeken
- § kan delen van (hulp)plannen opstellen conform de eigen professionele identiteit
- § kan delen van (hulp)plannen uitvoeren
- § kan verbetervoorstellen doen die inhoudelijk of procesmatig gericht zijn
- § kan gesignaleerde bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind voorleggen aan een passende professional
Werkprocessen (3)
D1-K2-W1 Verdiept zich in een interprofessioneel vraagstuk rondom het kind ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar oriënteert zich samen met het interprofessionele team op een vraagstuk rondom het kind. Dit doet hij door in gezamenlijkheid het onderwerp te verkennen. Vanuit de verkenning gaat hij op onderzoek uit om een (deel) antwoord op het vraagstuk te vinden. Hij verzamelt uitgebreid informatie over het vraagstuk en gebruikt diverse bronnen. Hij analyseert de verworven informatie en trekt samen met het interprofessionele leerteam conclusies.
Resultaat
De beginnend beroepsbeoefenaar heeft inzicht verworven in het vraagstuk en aan de beantwoording een bijdrage geleverd.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- oriënteert zich op gestructureerde wijze op het vraagstuk
- bepaalt eigen expertise (professionele identiteit) ten aanzien van het onderwerp
- bepaalt in samenwerking met andere professionals de focus van het vraagstuk
- laat een open, nieuwsgierig en onderzoekende houding zien
- analyseert verworven informatie adequaat en grondig
- D1-K2-W1: Verdiept zich in een interprofessioneel vraagstuk rondom het kind
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Vakdeskundigheid toepassen, Analyseren, Onderzoeken
Onderliggende competenties
D1-K2-W2 Levert een bijdrage aan een (zorg)plan en draagt mede zorg voor de uitvoering ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar stelt in samenwerking met het interprofessionele team een (zorg)plan op rondom het vraagstuk van het kind. Hij maakt daarbij verbinding met de professionele identiteit van de ander. Hij brainstormt, deelt ervaringen, stemt af met het team en denkt na over zijn bijdrage aan het (zorg)plan vanuit zijn eigen expertise. Hij stelt dit op schrift, levert het aan en draagt vervolgens een constructieve bijdrage aan de uitvoering van het (zorg)plan. Het totale (zorg)plan heeft een multidisciplinair karakter.
Resultaat
Een deelplan op het expertisegebied van de beroepsbeoefenaar en een onderbouwde bijdrage aan uitvoering passend bij zijn vakgebied.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- levert proactief vanuit de eigen professionele identiteit een bijdrage aan de uitvoering van het plan van aanpak
- verzamelt nauwgezet de benodigde informatie
- geeft ruimte aan de inbreng van de ander en neemt deze serieus
- draagt op actieve wijze bij aan zowel het proces als het product van de interprofessionele samenwerking
- staat open voor feedback van en geeft zelf op positieve wijze feedback aan teamleden
- werkt nauwkeurig volgens het opgestelde (zorg)plan vanuit de eigen expertise
- De onderliggende competenties zijn: Aandacht en begrip tonen, Samenwerken en overleggen, Overtuigen en
- beïnvloeden, Kwaliteit leveren
Onderliggende competenties
D1-K2-W3 Evalueert en reflecteert de uitvoering van het (zorg)plan ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar evalueert samen met het interprofessionele leerteam zowel het proces alsook het resultaat van de samenwerking (product). Hij kiest passende methode(n) om evaluatiegegevens te verzamelen en verzamelt de relevante gegevens. Hij reflecteert op de samenwerking, zijn eigen handelen daarin en mogelijke verbeteringen. Ook is er aandacht voor het zien en erkennen van de kwaliteiten van de ander in de samenwerking en wat daarin mogelijk te verbeteren is. Hij verwerft inzicht hoe interprofessioneel leren en werken vorm kan krijgen in de praktijk.
Resultaat
De uitvoering van het (zorg) plan is geëvalueerd en de beginnend beroepsbeoefenaar heeft op de interprofessionele samenwerking en zijn eigen handelen gereflecteerd.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- Heeft een proactieve, initiërende, en inlevende houding
- Werkt constructief samen
- Is kritisch in bevragen en bespiegelen van eigen gedrag
- Toont veranderingsbereidheid
- Heeft een adequate wijze van handelen (volgens de geldende richtlijnen, planmatig en gestructureerd)
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Ethisch en integer handelen
- 7 van 7
Onderliggende competenties
Welke scholen geven dit?
Top 1 scholen op aantal studenten dat dit keuzedeel koos.
| School | Studenten | Opleidingen |
|---|---|---|
| Landstede | 11 | 3 |
Welke opleidingen kunnen dit kiezen?
Geen actieve koppelingen in SBB-data.
Heb jij dit keuzedeel gegeven?
Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.
Stel mij op de hoogte (Release 2)